Het Epos van Gilgamesj is een episch gedicht uit het oude Mesopotamië. Het is een van de vroegst bekende werken van literaire fictie.

De meest volledige versie die thans bestaat werd bewaard op twaalf kleitabletten in de bibliotheekverzameling van de 7e eeuw v. Chr. Assyrische koning Assurbanipal. Een reeks Soemerische legenden en gedichten over de mythologische heldenkoning Gilgamesj werden waarschijnlijk ergens vóór de 7e eeuw v. Chr. samengebracht in een langer Akkadisch gedicht.

Het essentiële verhaal gaat over de relatie tussen Gilgamesj, een koning die afgeleid en ontmoedigd is geraakt door zijn heerschappij, en een vriend, Enkidu, die half-wild is en die samen met Gilgamesj gevaarlijke queesten onderneemt. Een groot deel van het epos gaat over Gilgamesj' gedachten van verlies na Enkidu's dood. Het wordt vaak beschouwd als een van de eerste literaire werken waarin de nadruk wordt gelegd op onsterfelijkheid.

Het epos wordt in vertaling veel gelezen, en de held, Gilgamesj, is een icoon van de populaire cultuur geworden.