Ongeveer 98% van de talen die in Pakistan worden gesproken behoren tot de Indo-Iraanse tak van de Indo-Europese talenfamilie (ongeveer 70% Indo-Arisch, 30% Iraans). De meeste talen van Pakistan worden geschreven in het Perso-Arabische schrift en bevatten veel leenwoorden uit het Arabisch en het Perzisch. Daarnaast heeft ook het Arabisch invloed via religieuze en literaire kanalen, en is English een belangrijke taal voor bestuur, hoger onderwijs en internationale communicatie.
Talen en belangrijkste kenmerken
Urdu functioneert als nationale verbindende taal (lingua franca) en wordt door grote delen van de bevolking als tweede taal gesproken, ook al is het moedertaal voor een kleiner aandeel. Regionale talen met veel sprekers zijn onder andere Balochi, Pashto, Sindhi, Seraiki, Kasjmiri (Koshur) en Punjabi (meestal in Pakistan geschreven in de Shahmukhi‑vorm van het Perso-Arabisch schrift). Veel regionale talen gebruiken aangepaste vormen van het Perso-Arabische schrift (bijv. Sindhi en Punjabi‑Shahmukhi).
Naast de grote Indo-Arische en Iraanse groepen wonen er in Pakistan ook sprekers van Dardische talen (bijv. Shina, Khowar) en enkele taalgroepen met een bijzondere positie, zoals het taalisolaat Burusho (Burushaski) en het geografisch geïsoleerde Dravidische Brahui. Deze talen en groepen dragen bij aan de linguïstische diversiteit, vooral in de noordelijke en westelijke berggebieden.
Etnische samenstelling (schatting 2009)
De onderstaande cijfers zijn schattingen uit 2009 en dienen als indicatie; recente censussen en migratie kunnen de percentages en aantallen hebben gewijzigd.
- Punjabis (40,20%) 70,7 miljoen
- Pashtuns (19,80%) 35,2 miljoen
- Sindhis (14,1%) 24,8 miljoen
- Seraikis (10,53%) 14,8 miljoen
- Muhajirs (7,57%) 13,3 miljoen
- Balochs (3,57%) 6,3 miljoen
- Andere (4,66%) 11,1 miljoen
Regionale verspreiding en kleinere groepen
De grote etnische groepen zijn geografisch geconcentreerd:
- Punjabis vormen de meerderheid in de provincie Punjab en in de hoofdstadregio (Islamabad/Rawalpindi).
- Pashtuns (ook wel Pukhtuns) komen veel voor in Khyber Pakhtunkhwa, de noordelijke grensregio's en delen van Balochistan; aanzienlijke Pashtun-gemeenschappen wonen ook in steden als Karachi en Peshawar.
- Sindhis zijn overwegend in de provincie Sindh te vinden, waaronder rurale gebieden en steden als Karachi en Hyderabad.
- Seraiki-sprekers wonen voornamelijk in Zuid- en Centraal-Punjab.
- Muhajirs, nakomelingen van migranten uit India bij de onafhankelijkheid (1947), concentreren zich vooral in stedelijke Sindh (vooral Karachi).
- Balochs wonen hoofdzakelijk in de provincie Balochistan, maar ook in aangrenzende gebieden.
Kleinere etnische groepen, zoals Kasjmiri's, Kalash, Burusho, Brahui, Khowar, Shina en Turwalis, leven vooral in de noordelijke bergachtige delen van het land (Gilgit-Baltistan, Chitral, noordelijk Khyber Pakhtunkhwa). De mensen van het Potohar-plateau in Noord-Punjab (Potoharis) worden soms als aparte groep genoemd; lokale identiteitsverschillen kunnen invloed hebben op regionale demografische indelingen en op hoe “Punjabi” wordt geteld in sommige schattingen.
Talenbeleid, meertaligheid en bedreigingen
Pakistan kent een hoge mate van meertaligheid: veel mensen spreken hun regionale taal thuis, gebruiken Urdu als gemeenschappelijke taal en English voor formele en administratieve doeleinden. Door urbanisatie en onderwijsbeleid is er in sommige regio's sprake van taalverschuiving richting Urdu en Engels. Tegelijkertijd bestaan er initiatieven voor taalbehoud en literatuur in regionale talen (bijv. Sindhi, Punjabi, Pashto, Balochi, Seraiki).
Door sociaal-economische veranderingen, migratie en het beleid rond onderwijs en media kunnen kleinere talen bedreigd raken. Documentatie, onderwijs in de moedertaal en ondersteuning van lokale literaire tradities zijn belangrijk voor behoud.
Opmerking over cijfers en verdere informatie
Demografische cijfers en percentages verschillen per bron en kunnen door recente migratie, interne verhuizingen en nieuwe volkstellingen zijn veranderd. Als u wilt, kan ik de meest recente officiële censusgegevens (bijv. de nationale volkstelling van 2017) of recente schattingen ophalen en een geüpdatete tabel met aantallen en percentages voorleggen.

