Het land dat nu Tadzjikistan is, wordt al sinds 4000 voor Christus bewoond. Het is door de geschiedenis heen onder de heerschappij van verschillende rijken geweest, voornamelijk het Perzische Rijk.
In het jaar 800 kwam de Islam naar Tadzjikistan.
In 1868 werd Tadzjikistan een Russische kolonie. Later werd het een deel van de Sovjet-Unie.
Op 9 september 1991 verklaarde het parlement van Tadzjikistan zich, na lange periodes van massaprotesten tegen de Sovjetregering, onafhankelijk van de Sovjet-Unie en hield het de eerste presidentsverkiezingen.
Rahmon Nabiev, die het land eind jaren zeventig en begin jaren tachtig bestuurde tijdens de Sovjet-Unie, werd president. Hij slaagde er niet in de broodnodige hervormingen in het land door te voeren, en dus ontstonden er protesten in de hoofdstad Dushanbe. De regering reageerde door een regeringsgezinde demonstratie te organiseren, voornamelijk bestaande uit oude leden van de Communistische Partij en mensen uit het zuidoosten van het land die naar de stad waren gebracht. De protesten tegen de regering hielden niet op, dus gaf de regering wapens aan de regeringsgezinde demonstranten. Vervolgens bewapende de oppositie zichzelf.
Hierna brak een bloedige burgeroorlog uit. Waarin alle nieuwe democratische partijen, politieke organisaties en bewegingen samen met de politieke Islamitische bewegingen een alliantie vormden tegen de oude communistische regering en de zuiderlingen.
Na de aanslagen van 11 september 2001 kwamen veel Amerikaanse en Franse soldaten het land binnen.