Amerikaans Engels en Brits Engels zijn de twee belangrijkste dialecten (soorten) van de Engelse taal. Amerikaans Engels wordt gesproken in de Verenigde Staten, terwijl Brits Engels wordt gesproken in het Verenigd Koninkrijk. Beide soorten Engels verschillen op sommige punten van elkaar, bijvoorbeeld in spelling, interpunctie, grammatica en woordenschat.
Spelling
Er zijn duidelijke, veelvoorkomende spellingverschillen. Enkele voorbeelden:
- -our vs -or: Brits colour, honour — Amerikaans color, honor.
- -re vs -er: Brits centre, metre — Amerikaans center, meter.
- -ise/-yse vs -ize/-yze: Brits vaak realise, analyse, Amerikaans meestal realize, analyze. (Let op: sommige Britse stijlgidsen zoals Oxford accepteren ook -ize.)
- Dubbele medeklinkers: Brits travelling, travelled — Amerikaans traveling, traveled (regels voor dubbeling verschillen afhankelijk van klemtoon en eindletters).
- -ogue vs -og: Brits dialogue — Amerikaans soms dialog (beide vormen komen voor afhankelijk van woord en stijl).
- Verschillen in werkwoordsvormen: Brits learnt, spoilt — Amerikaans learned, spoiled; ook got (Brits) vs gotten (Amerikaans).
- Latijnse/Griekse voorzetsels: Brits paediatric — Amerikaans pediatric.
Interpunctie en typografische gewoonten
- Aanhalingstekens: Amerikaans Engels gebruikt meestal dubbele aanhalingstekens ("...") en plaatst punten en komma's doorgaans binnen de aanhalingstekens. Brits Engels gebruikt vaker enkele aanhalingstekens ('...') en plaatst interpunctie soms buiten de aanhalingstekens afhankelijk van betekenis.
- Serial comma / Oxford comma: Amerikaans Engels gebruikt vaker de serial comma (bijv. "red, white, and blue"); Brits Engels laat die komma vaak weg, tenzij nodig voor duidelijkheid.
- Titels en afkortingen: In Amerika is het gebruikelijk om punten te zetten bij titels: Mr., Dr., Mrs. In veel Britse stijlen wordt de punt weggelaten: Mr, Dr, Mrs.
Grammatica en gebruik
- Present perfect vs simple past: Brits Engels gebruikt vaker de present perfect voor recente handelingen met woorden als just, already, yet ("I've just eaten"). Amerikaans Engels accepteert vaak de simple past ("I just ate").
- Collectieve zelfstandige naamwoorden: In Amerikaans Engels wordt een collectief als één geheel gezien: "The team is ready." In Brits Engels is het gebruikelijker om ook meervoud te gebruiken: "The team are ready." Beide vormen komen voor, afhankelijk van de nadruk.
- Hulpwerkwoorden en uitdrukkingen: Amerikaanse sprekers zeggen vaker on the weekend, Britten zeggen at the weekend. Verder verschilt het gebruik van have/has got en have gotten zoals eerder genoemd.
- Voorzetsels en woordvolgorde: Kleine verschillen zoals different to (Brits) vs different from (Amerikaans) komen voor, evenals variaties in woordkeuze en collocaties.
Woordenschat (vocabulaire)
Veel dagelijkse woorden verschillen tussen beide varianten. Enkele vaak voorkomende voorbeelden:
- Amerikaans: truck — Brits: lorry
- Amerikaans: apartment — Brits: flat
- Amerikaans: elevator — Brits: lift
- Amerikaans: fries — Brits: chips
- Amerikaans: chips — Brits: crisps
- Amerikaans: cookie — Brits: biscuit
- Amerikaans: diaper — Brits: nappy
- Amerikaans: fall — Brits: autumn
- Amerikaans: sweater — Brits: jumper
Uitspraak en accent
Een groot hoorbaar verschil is de uitspraak. Algemene kenmerken:
- Rhoticiteit: General American is meestal rhotisch — de r wordt in veel posities uitgesproken. Veel Britse accenten zoals Received Pronunciation (RP) zijn non-rhotic — de r aan het einde van een syllabe wordt niet uitgesproken.
- Klemtoon en klinkers: Er zijn systematische verschillen in klinkers en klemtoonpatronen (bijvoorbeeld bath, can't, schedule), wat tot herkenbare accentverschillen leidt.
Data, tijden en maten
- Datum: Amerikaans formaat is meestal maand/dag/jaar (MM/DD/YYYY); Brits formaat is dag/maand/jaar (DD/MM/YYYY).
- Tijd: Amerikanen gebruiken veelal 12-uursnotatie met AM/PM; Britten gebruiken zowel 12- als 24-uursnotatie (vooral in officiële contexten).
- Meetstelsels: De Verenigde Staten gebruikt grotendeels het imperiale (US customary) systeem (miles, inches), terwijl het Verenigd Koninkrijk grotendeels metrisch is maar nog steeds enkele imperiale eenheden (miles, pints) hanteert.
Praktische tips voor schrijvers en leerlingen
- Kies een variant en blijf consistent. Bepaal van tevoren of je Amerikaans of Brits Engels gebruikt (bijv. voor studie, publicatie of doelgroep) en houd die keuze consequent aan.
- Gebruik spellingscontrole en stijlhandleidingen. Stel je taalinstellingen in op English (United States) of English (United Kingdom) in je tekstverwerker. Raak vertrouwd met stijlhandboeken die relevant zijn voor jouw context (Chicago Manual of Style, AP Stylebook, Oxford, Guardian, enz.).
- Let op doelpubliek. Schrijf voor wie je schrijft: Amerikaanse lezers verwachten vaak andere spelling en interpunctie dan Britse lezers.
- Leer de meest voorkomende woordenschatverschillen. Dit voorkomt verwarring in communicatie (bijv. vraag niet om een "jumper" aan een Amerikaan als je een trui bedoelt zonder uitleg).
Hoewel er veel verschillen zijn, blijven Amerikaans en Brits Engels elkaar grotendeels verstaanbaar. Veel variatie binnen elk land en tussen regio's betekent dat context en consistentie het belangrijkst zijn. Voor wie Engels leert: concentreer je eerst op het begrijpelijk communiceren; de nuances tussen Brits en Amerikaans leer je geleidelijk aan door veel te lezen en te luisteren naar beide varianten.

