Goudvinken zijn vinken van het geslacht Carduelis. Het zijn kleine passerinevogels van de familie Fringillidae.

De distelvink broedt in heel Europa, Noord-Afrika en West- en Centraal-Azië, in open, gedeeltelijk beboste laaglanden. Hij verblijft in het mildere westen van zijn verspreidingsgebied, maar migreert vanuit koudere streken. Hij verplaatst zich ook plaatselijk, zelfs in het westen, om aan slecht weer te ontsnappen. Hij is in vele gebieden van de wereld geïntroduceerd.

Het voorkeursvoedsel van de distelvink bestaat uit kleine zaden, zoals die van distels en kaardenbol, maar ook insecten worden als voedsel voor de jongen gebruikt. Hij bezoekt ook regelmatig vogelvoederhuisjes in de winter. Hij nestelt in de buitenste twijgen van hoge loofbomen, of zelfs in bamboe. Hij legt vier tot zes eieren die na 11-14 dagen uitkomen.

In de winter groeperen goudvinken zich tot groepen van tot wel veertig vogels, soms meer. Het lied is een aangenaam zilverachtig gekwetter.