Hernandez v. Texas, 347 U.S. 475 (1954), was een baanbrekend besluit van het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten. In een unanieme uitspraak oordeelde het Hof dat Mexicaanse Amerikanen en alle andere raciale of nationale groepen in de Verenigde Staten gelijke bescherming genieten krachtens het 14e Amendement van de Amerikaanse grondwet. De uitspraak werd geschreven door opperrechter Earl Warren. Dit was de eerste zaak waarin Mexicaans-Amerikaanse advocaten voor het Amerikaanse Hooggerechtshof verschenen.



Achtergrond

De zaak ontstond nadat Pete Hernandez was veroordeeld voor moord door een jury in een Texaanse provincie. Zijn verdediging stelde dat Mexicanen — in die regio vaak aangeduid als "Mexican Americans" — systematisch werden uitgesloten van jurydienst. In lagere rechtbanken was dat bezwaar afgewezen met het argument dat Mexicanen wettelijk als 'wit' werden beschouwd en dus niet onder de rassengebonden beschermingen vielen. Tegen dit oordeel werd beroep aangetekend bij het Hooggerechtshof.

Feiten en bewijs

De verdediging toonde aan dat in de betreffende county, over een periode van jaren, vrijwel geen inwoners van Mexicaanse afkomst op jury's hadden gezeten. Dat bewijs bestond uit getuigenverklaringen, registratie- en jurylijsten en lokale praktijken omtrent aanstelling van juryleden. De aanklagers en lagere rechtbanken erkenden dat individuele Mexicanen soms wel in de gemeenschap deelnamen, maar stelden dat er geen formeel beleid bestond om hen uit te sluiten — een redenering die het Hooggerechtshof verwierp als onvoldoende om systemische discriminatie te verwerpen.

Rechtsvraag en uitspraak

De kernvraag was of het 14e Amendement bescherming bood tegen discriminatie van groepen die niet strikt in de categorieën "zwart" of "wit" vielen. In een unanieme beslissing concludeerde het Hof onder leiding van opperrechter Earl Warren dat de gelijkheidsclausule van het 14e Amendement bescherming biedt tegen discriminatie door de staat op grond van etnische en nationale afkomst, ook wanneer die groepen niet als aparte "race" zijn geclassificeerd. Het Hof oordeelde dat het uitsluiten van Mexicanen uit jury's een schending van gelijke bescherming (equal protection) was en keerde de veroordeling van Hernandez terug.

Belang en gevolgen

  • Uitbreiding van gelijke bescherming: Hernandez v. Texas maakte duidelijk dat het 14e Amendement niet beperkt is tot een zwart-wit dichotomie; het beschermt ook andere etnische en nationale groepen tegen staatsgeoorloofde discriminatie.
  • Jurypraktijken en rechtsprocedures: De zaak leidde tot meer aandacht voor de samenstelling van jury's en voor procedures die onbedoeld of opzettelijk bepaalde groepen kunnen uitsluiten. Dit beïnvloedde later hervormingen en gerechtelijke toetsingen van juryselectie.
  • Voorafgaand en navolgend rechtswerk: De uitspraak gaf civiele-rechtenorganisaties en advocaten een belangrijk precedent om discriminatie op basis van nationaliteit of etnische afkomst aan te vechten in andere contexten, zoals onderwijs en huisvesting.

Naspel en erfenis

Hernandez v. Texas wordt vaak genoemd naast andere belangrijke beslissingen uit de jaren 1950 die de Amerikaanse burgerrechtenbeweging juridische steun boden. De uitspraak geldt als een mijlpaal voor Latijns-Amerikaanse gemeenschappen in de Verenigde Staten en wordt gezien als een vroege erkenning door het Hooggerechtshof van etnische discriminatie buiten de klassieke rassenschets. Bovendien markeert de zaak een historische stap doordat Mexicaans‑Amerikaanse advocaten zich voor het eerst succesvol tot het hoogste gerechtshof richtten om gelijke behandeling af te dwingen.

Wat te onthouden

Hernandez v. Texas (1954) bevestigde dat de 14e Amendement-garantie van gelijke bescherming door staten ook van toepassing is op discriminatie tegenover etnische en nationale minderheden. De uitspraak breidde de reikwijdte van constitutionele bescherming uit en versterkte de juridische middelen tegen systemische uitsluiting, in het bijzonder bij juryselectie.