In Harry Potter en de Orde van de Feniks ontmoet Harry Loena voor het eerst (in haar vierde jaar) op de Zweinsteinexpresstrein, waar ze wordt beschreven als iemand met steil (rommelig), heuplang, vuilblond haar en een verre dromerige blik. Harry vindt haar vreemd omdat ze De Kwebbelaar ondersteboven las, en een ketting van kurken boterbier en radijs oorbellen droeg. Wanneer Harry voor het eerst de Thestralen (zwarte paardachtige wezens die kunnen vliegen) de karren ziet trekken, vertelt Loena hem dat zij hen ook kan zien. Zowel Harry als Loena konden de Thestralen zien terwijl de meeste anderen dat niet konden, omdat zij beiden de dood hadden gezien, en Thestralen kunnen alleen worden gezien door iemand die de dood heeft meegemaakt.
Later vertelt Loena aan Harry dat zij en haar vader hem geloven over de samenzwering waarbij Harry betrokken is, en dat zij hem steunen. Wanneer Harry Perkamentus' Leger vormt, sluit Loena zich aan en wordt beter in defensieve magie. Toen het Zwerkbalteam van Gryffindor tegen Slytherin speelde, steunde Loena Gryffindor door een levensgrote leeuwenhoed te maken die realistisch brulde. Later in het boek, toen Harry contact ging opnemen met Kreacher over de locatie van Sirius Black, hield Loena de wacht en vertelde iedereen dat er een gaslek was. Toen Professor Umbridge's Inquisiteur Squad (een groep studenten die macht kregen over andere studenten om te straffen) hem vond, werd Loena gevangen genomen en vastgehouden door een Slytherin. Terwijl ze werd vastgehouden, zag Harry haar uit het raam kijken, alsof ze zich verveelde. Nadat ze waren ontsnapt, was het Luna's idee om met Thestralen naar het Ministerie van Toverkunst te reizen. Tijdens het gevecht op het Ministerie van Mysteries nam Loena actief deel aan de gevechten, totdat ze werd geraakt door een Verdovingsspreuk die haar kort bewusteloos sloeg. Na Sirius' dood merkte Harry op dat Loena de enige persoon was die hem echt kon troosten, omdat Loena, net als Harry, ook iemand dicht bij haar had verloren, haar moeder.