Booker T. Washington incident
Booker T. Washington was een Afro-Amerikaan die in slavernij werd geboren. Hij werd in 1865 bevrijd en groeide uit tot een pedagoog en een nationaal leider van de Afro-Amerikanen. Op 16 oktober 1901 nodigde president Theodore Roosevelt Washington uit voor een diner met zijn gezin in het Witte Huis. Het was een werkdiner, Roosevelts bedoeling was Washington aan te stellen om hem te adviseren over rassenkwesties. Een vriend van de familie uit Colorado, Philip Stewart was er ook. Een verslaggever van de AP Wire vroeg de president naar zijn benoemingen die hij de volgende dag zou bekendmaken. Maar het verhaal dat verscheen in de AP draad luidde: "Booker T. Washington, uit Tuskegee, Alabala, dineerde gisteravond met de president." Dit veroorzaakte een schok onder veel blanken. De president van de Verenigde Staten had gedineerd met een zwarte man, een voormalige slaaf zelfs. Afro-Amerikanen hadden het Witte Huis wel eerder bezocht, maar waren nooit gevraagd er te dineren. Washington had eerder gedineerd met president McKinley, wat toen ook voor opschudding had gezorgd. Deze keer waren de segregationalisten in het Amerikaanse Congres woedend. Senator "Pitchfork" Bill Tillman van South Carolina zei: "Door deze actie zullen wij duizend negers in het Zuiden moeten doden voordat zij hun plaats weer zullen leren."
Hierna besloot iemand het gedicht, "Negers in het Witte Huis" te schrijven. Niemand weet wie de auteur was.
Het DePriest incident
Vele jaren later, in 1929, nodigde First Lady Lou Hoover, echtgenote van president Herbert Hoover, de Congresvrouw Jessie DePriest uit om bij haar op de thee te komen. Zij was een zwarte vrouw die getrouwd was met Oscar DePriest, de eerste Afro-Amerikaan die in het Congres van Illinois werd verkozen. Ook hierover waren mensen ontstemd. Het gedicht verscheen opnieuw naar aanleiding van dit incident. Zuidelijke kranten en racistische critici reageerden met hun gebruikelijke verontwaardiging en protestbrieven. De woordvoerder van het Witte Huis wees erop dat de president en zijn vrouw gewoon hun grondwettelijke plichten deden. President Grover Cleveland had bijvoorbeeld Frederick Douglass en zijn vrouw ontvangen. Bij vijf verschillende gelegenheden had president Woodrow Wilson in het Witte Huis een ontmoeting met de zwarte minister uit Haïti, Solon Menos.
Politici kozen partij. Senator Coleman Blease uit South Carolina nam het gedicht op in een Senaatsresolutie. De resolutie en het gedicht werden verworpen en uit het archief van het Congres verwijderd. De stemming was gebaseerd op protesten van senatoren Walter Edge (uit New Jersey) en Hiram Bingham (uit Connecticut). Senator Bingham beschreef het gedicht als een "onfatsoenlijk, obsceen vers" dat "aanstoot gaf aan honderdduizenden van onze medeburgers en een belediging vormde voor de Onafhankelijkheidsverklaring en onze grondwet". Senator Baise stemde er toen mee in de resolutie in te trekken, zei hij, als een gunst aan senator Bingham en niet aan het negerras.