Veel vroege socialisten waren ook nationalisten. De vroegste vormen van nationalisme hadden veel socialistische trekken. In deze periode vonden politieke denkers dat etnische groepen niet onderdrukt mochten worden door andere etnische groepen. Zij vonden ook dat het "gewone volk", de ruggengraat van de samenleving, zoals arbeiders en boeren, niet onderdrukt mocht worden door hogere sociale klassen zoals rijke mensen. Zij meenden dat het verkeerd is dat iemand leeft in grote welvaart die het resultaat is van het harde werk van anderen, of van de onderdrukking van anderen. Alle sociale klassen zouden moeten samenwerken en een gemeenschappelijk doel moeten hebben dat het welzijn van iedereen beoogt. Deze doelen kunnen "nationaal belang" worden genoemd. Nationaal belang is ideaal en niet altijd gemakkelijk te vinden. Er zijn verschillende manieren om nationaal belang te bereiken, bijvoorbeeld de politiek.
Nationalisten begonnen normale mensen[] te steunen en te bewonderen, vooral boeren, die werden gezien als onbedorven, galant en eerlijk, in tegenstelling tot de hoge klassen. Zo hadden normale mensen vaak een meer oorspronkelijke en lokale etnische cultuur dan de hoge klassen, wier cultuur als meer wortelloos werd beschouwd. De nationale romantiek was sterk gebaseerd op het ideaal van het ongecorrumpeerde volk.
Socialisme en nationalisme groeiden samen, maar in sommige theorieën werden zij ook tegenover elkaar geplaatst. De meest bekende tegenstelling tussen deze ideologieën was die met de Sovjet-Unie. De Sovjet-propaganda maakte van nationalisme een scheldwoord dat in verband werd gebracht met tegengestelde ideologieën zoals kapitalisme, liberalisme, imperialisme of fascisme. Toch was er zelfs in de Sovjet-Unie en andere communistische of socialistische landen in ruime mate sprake van nationalisme (ook al werd het niet onder die naam genoemd)[]. De meest kapitalistische landen, zoals de Verenigde Staten, waren eerder patriottisch dan nationalistisch. De Noordse landen, die tot de meest zuivere natie-staten behoorden (landen die het nationalistische beginsel aanhangen), waren niet erg kapitalistisch of rechts; zij waren gebouwd op de sociaal-democratische gedachte, die links is. Pas nadat de Noordse landen meer multicultureel werden, werd hun politiek rechtser.
Vandaag de dag heeft het nationalisme geen gemeenschappelijk standpunt over die gebieden van de politiek die buiten zijn basisdoelstellingen vallen, zoals links-rechtspolitiek. Nationalisme kan echter een onderdeel zijn van een grotere politieke ideologie of agenda die links of rechts kan zijn of iets dat buiten die classificatie valt.
Nationalisme is nog steeds meestal verbonden met doelen die zich verzetten tegen een sterke hiërarchie tussen sociale klassen binnen de samenleving. Nationalistische mensen zijn meestal min of meer tegen de sterkste vormen van kapitalisme, dat volgens hen te veel macht geeft aan rijke mensen en grote bedrijven.