Er zijn twee soorten korroboorkikkers, de noordelijke korroboorkikker, Pseudophryne pengilleyi en de zuidelijke korroboorkikker, Pseudophryne corroboree. Beide soorten zijn klein, opvallend gekleurd en behoren tot dezelfde geslachtengroep, maar ze worden nu als afzonderlijke soorten beschouwd.
Beschrijving
De noordelijke corroboree-kikker is een zeer kleine kikker, meestal minder dan 3 cm lang, met een zwarte tot donkerbruine grondkleur en heldere strepen. Deze strepen zijn bij de noordelijke soort geel of lichtgroen en kunnen soms gebroken zijn, wat een belangrijk verschil is met de doorgaans continu gestreepte zuidelijke soort. De felle kleuren werken als waarschuwing (aposematisme): corroboree-kikkers maken toxines aan of stapelen ze op in hun huid, wat belangrijke verdediging biedt tegen predatoren.
Verspreiding en habitat
De soort leeft in subalpiene en hooggelegen montane gebieden van zuidoostelijk Australië. Het huidige leefgebied beslaat ongeveer 550 km2 (212 sq mi) en omvat onder meer het Kosciusko National Park, Namadgi National Park, de Brindabella Mountains en de Fiery Ranges. Noordelijke corroboree-kikkers komen vooral voor boven ongeveer 1.000 m (3.281 ft) boven de zeespiegel, in natte veenachtige gebieden, sphagnum-mosvelden, moerassige graslanden en naast tijdelijke bergpoeltjes.
Leefwijze en voortplanting
Het zijn bodembewonende kikkers die zich voeden met kleine ongewervelden zoals mieren, kevertjes en spinachtigen. De voortplanting is aangepast aan het wisselende bergklimaat: vrouwtjes leggen eieren op het land, in vochtige mos- of bladstrooisellagen. De mannetjes bewaken vaak het legsel. De ontwikkeling van de eieren stopt grotendeels totdat zware herfst- of winterregens of smeltwater de graslanden en poeltjes vullen; dan spoelen de pas uitgekomen larven (kikkervisjes) de waterpartijen in, waarna ze verder ontwikkelen en metamorfoseren tot jonge kikkers.
Bedreigingen en bescherming
De noordelijke corroboree-kikker heeft minder zwaar geleden dan de zuidelijke soort omdat zijn verspreidingsgebied groter en minder geïsoleerd is, maar de soort blijft kwetsbaar. Belangrijke bedreigingen zijn:
- de schimmelziekte chytridiomycose (Batrachochytrium dendrobatidis), die veel amfibieën aangetast heeft;
- habitatverlies en -verslechtering door veranderend brandbeheer, graasdieren en menselijke verstoring;
- klimaatverandering, met als gevolg gewijzigde neerslagpatronen en smeltseizoenen die het broedseizoen beïnvloeden;
- kleine populaties en versnippering, die de genetische variatie en het herstelvermogen beperken.
De soort is door de Internationale Unie voor het behoud van de natuur (IUCN) recentelijk gedegradeerd van de status 'Critically Endangered' naar Bedreigde soort (Endangered), maar blijft nauwkeurig worden gemonitord omdat terugvallen mogelijk zijn als bedreigingen toenemen.
Conserveringsmaatregelen
Er worden verschillende acties ondernomen om de noordelijke corroboree-kikker te beschermen: monitoring van populaties en habitat, onderzoek naar en beheersing van chytridiomycose, aanpassing van brand- en begrazingsbeheer in beschermde gebieden, en (indien nodig) opvang- en fokprogramma's in dierentuinen en gespecialiseerde centra om uitzettingen te ondersteunen. Samenwerking tussen natuurbeschermingsorganisaties, nationale parken en onderzoeksinstellingen is essentieel om de soorten op lange termijn te behouden.
Hoewel de noordelijke corroboree-kikker nog steeds bedreigd is, geven beschermingsprogramma's en beter begrip van de ecologie en ziekten hoop op stabilisatie en herstel van sommige populaties. Voortdurend onderzoek en actief beheer blijven echter nodig om verdere achteruitgang te voorkomen.
