De orde Notostraca telt slechts twee nog levende geslachten. Triops en Lepidura. Deze twee geslachten worden als "levende fossielen" beschouwd, omdat zij sedert het Trias niet meer van gedaante zijn veranderd.
Notostracans, of dikkopgarnalen, zijn omnivoren die leven op de bodem van tijdelijke poelen en ondiepe meren. Ze leven in waterpoelen op elk continent behalve Antarctica. Ze groeien zeer snel, en kunnen in een week volwassen zijn. Triops leven maar kort; een recordbrekend vrouwtje werd slechts 100 dagen oud. Als hun poelen opdrogen, sterven volwassen dikkopgarnalen. Hun eieren, echter, stoppen met ontwikkelen voor een tijd. Als ze weer in het water zijn, komen ze tot leven en worden er nieuwe Triops uitgebroed. Dit komt door een toestand die bekend staat als diapauze, waarbij eieren wel twintig jaar kunnen sluimeren voordat ze weer uitkomen.