Ot en Sien (Ot en Sien) zijn twee kleine kinderen die voorkomen in een serie verhalen die meer dan honderd jaar geleden in het Nederlands zijn geschreven. Ot (kort voor "Otto") is een kleine jongen en Sien (uitgesproken als het Engelse woord "seen"), wiens naam misschien kort is voor "Francine", is het kleine meisje dat ernaast woont. Hoewel ze nu erg ouderwets zijn, zijn de boeken nog steeds populair in Nederland. Ze zijn op rijm geschreven en geïllustreerd met kleurrijke plaatjes.

De auteur van de verhalen heette Hendricus Scheepstra. De ideeën voor de verhalen werden hem door Jan Ligthart aangereikt. Cornelis Jetses maakte de illustraties.

De verhalen spelen zich af in Drenthe, in het noordoosten van Nederland. Drenthe was een zeer arm deel van het land, maar Ot en Sien wonen in een mooi huis en hebben het goed voor elkaar. Ze zijn vaak te zien in de tuin met hun speelgoed, waaronder een houten paard op wielen en een pop in een dolly's kinderwagen. De kat is vaak in beeld. Ze worden ook op school gezien.

De auteurs schreven de verhalen om een gelukkig gezinsleven te laten zien. Iedereen is erg vriendelijk in het boek, en vreemden helpen hen als ze op straat verdwalen. De familie heeft een bediende die helpt in het huis.

De verhalen werden tot na de Tweede Wereldoorlog op grote schaal gelezen door kinderen op scholen in Nederland. Toen waren ze al erg ouderwets geworden. Het dagelijks leven van Ot en Sien leek lang geleden in de geschiedenis thuis te horen. Bijna geen enkel Nederlands kind woont nu nog in een gezin met een bediende. Geen enkel Nederlands kind gaat tegenwoordig nog in zeemanskleed met een vader die een mantel en een hoed draagt. De boeken worden niet meer op school gelezen, maar zijn nog steeds populair bij Nederlanders thuis. In 2004, honderd jaar na het schrijven van het eerste boek, werd een speciale tentoonstelling over Ot en Sien gehouden.

Er is een beeld van Ot en Sien in Den Haag, gemaakt in 1930.