Pramoedya Ananta Toer (6 februari 1925 - 30 april 2006) was een Indonesische schrijver. Hij schreef romans, korte verhalen, essays en geschiedenissen over Indonesië en haar bevolking. Zijn schrijven bevat veel persoonlijke en nationale geschiedenis. De Nederlandse regering stopte hem van 1947 tot 1949 in de gevangenis. Later stuurde de regering-Soeharto hem van 1965 tot 1979 naar een gevangeniseiland.

Koloniale en latere autoritaire regeringen keurden de geschriften van Pramoedya niet goed. Zij censureerden zijn geschriften vaak in Indonesië, ook al was hij buiten zijn thuisland zeer bekend. De Nederlanders namen hem van 1947 tot 1949 gevangen tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog. Tijdens de staatsgreep waarbij Soeharto aan de macht kwam, was Pramoedya betrokken bij politieke gevechten. Soeharto stopte hem van 1969 tot 1979 in de gevangenis op het Maluku-eiland Buru. Soeharto noemde Pramoedya een communist. Soeharto dacht dat Pramoedya nog steeds loyaal was aan de regering-Soekarno, ook al had Pramoedya strijd geleverd met Soekarno.

Zijn beroemdste werk, het Buru-kwartet, maakte hij op het gevangeniseiland. De gevangenis stond hem geen schrijfmateriaal toe, dus vertelde hij het verhaal hardop aan andere gevangenen. Daarna werd het opgeschreven en naar buiten gesmokkeld.

Pramoedya was tegen sommige beleidsmaatregelen van de eerste president van Indonesië, Soekarno, en tegen het Nieuwe Orde-regime van Soeharto. Vaak uitte hij geen directe politieke kritiek. Hij schreef subtiel. Hij was uitgesproken tegen kolonialisme, racisme en de corruptie van de Indonesische regering. Tijdens de vele jaren die hij in de gevangenis en in huisarrest doorbracht, vochten mensenrechtenactivisten voor zijn vrijheid van meningsuiting.