Sir David's langsnavel-echidna (Zaglossus attenboroughi), ook bekend als de cyclops langssnavel-echidna, is een van de drie soorten van het geslacht Zaglossus. Ze komen allemaal voor in Nieuw-Guinea. Hij is vernoemd naar Sir David Attenborough. Hij leeft in het Cyclopsgebergte in de Papoea provincie van Indonesië bij de steden Sentani, Jayapura.

Verspreiding en habitat

De soort is voor zover bekend endemisch voor het Cyclopsgebergte, een relatief klein berggebied nabij de noordkust van Nieuw-Guinea. Het dier is vooral gebonden aan hooggelegen bergbossen en dichte jungle, habitats die in delen van het gebergte nog ongerept zijn gebleven. Omdat veel gebieden sinds de beschrijving in 1961 niet systematisch zijn doorzocht, is het mogelijk dat kleine populaties op moeilijk bereikbare plaatsen voorkomen.

Uiterlijk en levenswijze

Z. attenboroughi is het kleinste lid van het geslacht Zaglossus. Zoals andere langsnavel-echidna's heeft hij een verlengde snuit waarmee hij in de bodem en ondergebleven strooisel naar prooien zoekt. De soort voedt zich vermoedelijk voornamelijk met regenwormen en andere ongewervelden, zoals bij zijn verwante langsnavel-echidna's gebruikelijk is. Echidna's zijn eierleggende zoogdieren (monotremen): vrouwtjes leggen doorgaans één ei dat in een buidel of huidplooi wordt uitgebroed tot een jong, een zogenaamde puggle.

Kenmerkend voor Z. attenboroughi is dat hij vijf klauwen op zowel voor- als achterpoten heeft en een dichte, relatief korte vacht. Morfologisch lijkt hij dichter bij de kortbekkende Echidna te staan dan andere leden van het geslacht, al blijven veel details onduidelijk vanwege het beperkte aantal onderzochte exemplaren.

Ontdekking en onderzoek

De soort werd beschreven op basis van één beschadigd exemplaar dat rond 1961 tijdens de Nederlandse koloniale periode werd verzameld. Sindsdien is er geen onomstotelijk fysiek materiaal meer gevonden, hoewel in 2007 wetenschappers in het Cyclopsgebergte sporen vonden die zij toeschreven aan echidna's: kleine gaten in de bodem die lijken te zijn gemaakt door het opgraven van regenwormen met de neus.

Latere veldonderzoeken en inventarisaties zijn beperkt en vaak geconfronteerd met logistieke en toegangsproblemen. Doelgerichte zoektochten met lokale meldingen, cameravallen, spoor- en uitwerpselonderzoek en moderne technieken zoals eDNA-analyse zijn belangrijke middelen om de aanwezigheid van de soort nu verder te onderzoeken.

Bedreiging en bescherming

Het bergbos van de Cyclops is in de afgelopen decennia verstoord door houtkap, landbouwuitbreiding en menselijke bewoning, waardoor habitatverlies en versnippering optreden. Dit heeft geleid tot de vrees dat Z. attenboroughi-populaties reeds bedreigd zijn of zelfs plaatselijk uitgestorven kunnen zijn. Tegelijkertijd blijven grote delen van de bergen bedekt met dichte jungle die sinds 1961 niet systematisch zijn onderzocht, waardoor onzekerheid over de actuele status blijft bestaan.

Beschermingsmaatregelen die worden aanbevolen zijn onder andere het beschermen en herstellen van bergbos in het Cyclopsgebied, het uitvoeren van grondige en herhaalde veldinventarisaties, en het betrekken van lokale gemeenschappen bij monitoring en duurzaam gebruik van het landschap. Het bevestigen van de aanwezigheid van levende populaties zou ook maatregelen vereisen tegen illegale houtkap en ongecontroleerde ontginning in belangrijke leefgebieden.

Gezien de schaarste van waarnemingen blijft er veel onbekend over de ecologie en de actuele verspreiding van Sir David's langsnavel-echidna. Verdere onderzoeksinspanningen zijn noodzakelijk om de soort definitief te kunnen beoordelen en gerichte beschermingsacties te plannen.