Smilodon was een geslacht van sabeltandkatten dat leefde in het Pleistoceen van Noord- en Zuid-Amerika. Binnen het geslacht worden drie erkende soorten onderscheiden die samen ongeveer 2,5 miljoen tot circa 10.000 jaar geleden voorkwamen. De soorten verschillen in grootte en verspreiding, maar delen typische aanpassingen zoals extreem verlengde hoektanden, krachtige voorpoten en een compacte, gespierde lichaamsbouw.
Soorten
- Smilodon gracilis (soms genoemd S. fragilis) — de kleinste en vroegst bekende soort; leefde ongeveer van 2,5 tot 0,5 miljoen jaar geleden. Deze soort is slanker en waarschijnlijk flexibeler dan zijn latere verwanten.
- Smilodon fatalis (ook wel S. californicus genoemd) — bekend uit de teerputten van Rancho La Brea. Deze soort kwam voor van circa 1,6 miljoen tot ongeveer 10.000 jaar geleden en wordt vaak afgebeeld in natuurmuseumreconstructies.
- Smilodon populator — de grootste en meest massieve soort, voorkomend in zuidelijk Zuid- en delen van centraal Zuid-Amerika (oostelijk Zuid-Amerika). Leefde ongeveer van 1 miljoen tot tienduizenden jaren geleden.
Uiterlijke kenmerken en afmetingen
Smilodon populator was bijzonder robuust: ongeveer 1,2 m hoog bij de schouders en gemiddeld circa 2,1 m lang (kop–romp), met een geschat gewicht tussen ongeveer 220 en 400 kg — een van de zwaarste katachtigen die bekend zijn. De bovenste hoektanden konden tot 28 cm lang worden en staken tot circa 17 cm uit de bovenkaak.
Smilodon fatalis was iets kleiner, vaak vergeleken met een moderne leeuwin, maar met een zwaarder en gespierder lichaam; gewichtsschattingen lopen tot ongeveer 200 kg en de schouderhoogte lag rond 1 m. Smilodon gracilis was aanzienlijk kleiner en lichtgebouwd in vergelijking met de twee latere soorten.
Anatomische aanpassingen
Typische kenmerken van Smilodon zijn de extreem verlengde, zijdelings afgeplatte hoektanden, een krachtig ontwikkelde nek en grote, gespierde voorpoten met korte, stevige ledematen en relatief korte wervelkolom en staart. Deze bouw wijst op een jachtstrategie gericht op korte, krachtige aanvallen (ambush) in plaats van lange achtervolgingen. De hoektanden waren gespecialiseerd om diepe snijwonden te maken, maar waren relatief kwetsbaar voor breuk; daarom is aangenomen dat Smilodon zijn prooi controleerde met de sterke voorpoten en vervolgens een gerichte, dodelijke beet toediende met de hoektanden.
Leefwijze, dieet en gedrag
Smilodon jaagde waarschijnlijk op grote hoefdieren zoals reuzenbizon, paarden en andere megafauna van het laat-Pleistoceen. De krachtige voorhand en grote retractiele klauwen maakten het mogelijk prooien vast te grijpen en op de grond te houden. Studies van beetsporen en anatomie suggereren dat Smilodon met een grote kaakopener (gaping) en sterke hals- en schouderspieren werkte, eerder dan met een extreem hoge bijtkracht in de kaak alleen.
Over sociaal gedrag is discussie: de massale aanwezigheid van Smilodon in locaties zoals Rancho La Brea (zie hieronder) wordt door sommigen gezien als bewijs voor groepsgedrag of verzorging van gewonde dieren; anderen wijzen erop dat fossiele concentraties ook kunnen ontstaan door veelvuldig gebruik van aasplaatsen of individuele dieren die in teer vastliepen. Skeletletsels die genazen bij sommige individuen suggereren echter dat sommige dieren enige zorg of groepsondersteuning konden ontvangen.
Fossielen en Rancho La Brea
De teerputten van Rancho La Brea bij Los Angeles hebben een ongeëvenaarde hoeveelheid beenderen uit het laat-Pleistoceen opgeleverd. De teer (vergelijkbaar met asfalt) heeft naar schatting ongeveer een miljoen beenderen geconserveerd van vele zoogdieren uit die tijd, en daarvan zijn circa 162.000 beenderen van Smilodon gevonden — mogelijk goed voor ongeveer 1.200 individuen. Deze collectie heeft onderzoekers veel geleerd over anatomie, populatiestructuren, leeftijdsopbouw en ziektes of verwondingen bij Smilodon.
Taxonomie en evolutionaire afkomst
Smilodon behoort tot de subfamilie Machairodontinae (de sabeltandkatten), die los staat van de directe voorouders van moderne katten (Felinae). De sabeltandkatten ontwikkelden meerdere malen vergelijkbare kenmerken door convergente evolutie en vormen geen rechtstreekse lijn naar de huidige grote katachtigen.
Oorzaken van uitsterven
Smilodon stierf uit aan het einde van het Pleistoceen, vlak na de laatste ijstijd. Mogelijke oorzaken zijn klimaatverandering, habitatverlies en de snelle achteruitgang van grote hoefdieren (hun voornaamste prooien). Menselijke jacht of competitie wordt ook vaak genoemd als factor die bijdroeg aan het verdwijnen van veel megafauna, waaronder Smilodon. Waarschijnlijk was een combinatie van veranderingen in klimaat, populaties van prooidieren en menselijke invloed doorslaggevend.
Nalatenschap
Dankzij grote aantallen fossielen, met name uit Rancho La Brea, is Smilodon een van de bekendste uitgestorven katachtigen geworden en een iconisch voorbeeld van de biodiversiteit en de dramatische veranderingen aan het einde van het Pleistoceen. Moderne reconstructies in musea en populaire media zijn gebaseerd op uitgebreide skelet- en pathologiestudies, maar sommige details (bijvoorbeeld exacte vachtkleur en sociaal gedrag) blijven onderwerp van onderzoek en debat.


