Trage lori's (Nycticebus): nachtelijke primaten uit Zuidoost-Azië
Ontdek trage lori's (Nycticebus): nachtelijke primaten uit Zuidoost-Azië, hun soorten, habitat, voeding en bedreigingen voor behoud.
Trage lori's zijn het geslacht Nycticebus, een nachtelijke soort strepsirrijnprimaten. Ze leven in Zuidoost-Azië en de nabijgelegen gebieden. De Nederlandse naam "trage lori's" verwijst naar hun langzame, behoedzame manieren in de bomen; volwassen dieren zijn meestal klein tot middelgroot (lichaamslengte ongeveer 20–40 cm) en hebben een korte staart of geen zichtbare staart.
Er zijn ongeveer acht soorten: de Sunda slow loris (N. coucang), Bengal slow loris (N. bengalensis), pygmaeus slow loris (N. pygmaeus), Javaan slow loris (N. javanicus), Philippijnse slow loris (N. menagensis), Bangka slow loris (N. bancanus), Bornean slow loris (N. borneanus), en Kayan River slow loris (N. kayan). Deze soorten verschillen in grootte, vachttekening en verspreidingsgebied; sommige komen alleen op één eiland of in één regio voor en zijn daardoor extra kwetsbaar.
Uiterlijk en gedrag
Trage lori's hebben grote, naar voren gerichte ogen die uitstekend nachtzicht mogelijk maken, korte snuiten en grijphanden met aanpassingen voor het vasthouden van takken. Ze bewegen langzaam en behoedzaam door de bomen, waarbij ze vaak stil zitten en plotselinge bewegingen vermijden — een strategie om door roofdieren onopgemerkt te blijven. Veel soorten zijn solitair of leven in losse sociale netwerken; volwassen vrouwtjes verdedigen vaak hun territorium.
Verspreiding en habitat
De verschillende Nycticebus-soorten komen voor in bossen, moerassen, secundair bos en soms in agroforestelijke gebieden in Zuidoost-Azië. Sommige populaties tolereren verstoring, maar de meeste hebben ongestoorde of deels gesloten bosgebieden nodig voor voedsel en veilige slaapplaatsen. Lokale verschillen in habitatkeuze en gedrag komen veel voor tussen soorten en populaties.
Voeding
Trage lori's eten insecten, kleine vogels en reptielen, eieren, vruchten, gommen, nectar en wat vegetatie. Een studie van 1984 van de Sunda slow loris vond zijn dieet 71% fruit en gommen, en 29% insecten en andere dierlijke prooien. Een meer gedetailleerde studie van een andere Sunda slow loris populatie in 2002 en 2003 toonde verschillende voedingsverhoudingen aan: 43,3% gom, 31,7% nectar, 22,5% fruit, en slechts 2,5% geleedpotigen en andere dierlijke prooien. Veel soorten zijn bijzonder aangepast aan gom- en nectarvoeding: ze gebruiken hun tandkam (een gespecialiseerd gebitselement) en scherpe kiezen om schors of plantweefsel te openen en aan sappen en gom te komen.
Bijzonderheden: gif en verdedigingsmechanismen
Een opmerkelijke eigenschap van trage lori's is dat ze toxines produceren. Een klier op de bovenarm (de brachiale klier) scheidt een taaie substantie af die, gemengd met speeksel, een giftige mix kan vormen. Deze 'toxische' substantie gebruiken lori's onder meer bij verzorging, als bescherming van jongen en mogelijk als verdedigingsmiddel tegen roofdieren of concurrenten. De beet van een slow loris kan bij mensen ernstige reacties veroorzaken, soms tot anafylaxie aan toe. Die gif-eigenschap maakt het houden van deze dieren als huisdier extra problematisch en gevaarlijk.
Voortplanting en levensduur
Trage lori's hebben over het algemeen een vrij langzaam voortplantingsritme: één of twee jongen per worp, met een draagtijd van ongeveer 6 maanden afhankelijk van de soort. De jongen klampen zich vast aan de moeder en worden door haar verzorgd tot ze zelfstandig zijn. In gevangenschap kunnen sommige soorten meer dan een decennium leven; in het wild is de levensduur vaak korter door predatie en menselijke activiteiten.
Relaties en evolutie
De naaste verwanten van de groep zijn de slanke vrachtwagens van Zuid-India en Sri Lanka. Hun volgende naaste verwanten zijn de Afrikaanse lorisiden, de pottenbakkers, de valse pottenbakkers en de angwantibossen. Ze zijn minder nauw verwant aan de overige lorisoïden (de verschillende soorten galago's), en verder weg van de maki's van Madagaskar. Hun evolutionaire geschiedenis is onzeker: hun fossielenbestand is fragmentarisch en moleculaire klokstudies hebben verschillende resultaten opgeleverd. Sommige studies wijzen op een relatief oude afsplitsing binnen de strepsirrhinen, maar de exacte timing en volgorde van verwantschappen blijven onderwerp van lopend onderzoek.
Bedreigingen en bescherming
- Habitatverlies door ontbossing, landbouwuitbreiding en houtkap vermindert het leefgebied en versnelt populatieafnames.
- Illegale jacht en de handel voor de huisdierenhandel vormen een ernstige bedreiging. Om dieren 'veilig' als huisdier te maken worden vaak tanden verwijderd, wat grote pijn en gezondheidsproblemen veroorzaakt.
- Lokale bijgeloof of traditionele geneeskunde draagt soms bij aan vervolging of handel.
Verschillende Nycticebus-soorten worden door de IUCN als bedreigd of kwetsbaar aangemerkt en staan op Bijlage I of II van CITES, wat handel internationaal reguleert. Effectieve bescherming vereist habitatbescherming, handhaving tegen illegale handel, opvang- en revalidatiecentra voor in beslag genomen dieren en voorlichting om vraag naar wilde dieren als huisdier terug te dringen.
Onderzoek en publiek belang
Trage lori's trekken wetenschappelijke belangstelling vanwege hun unieke combinaties van nachtrijk gedrag, gom- en nectarvoeding en het zelden voorkomende fenomeen van een giftige zoogdierbeet. Voor natuurbeschermers en publiek is het belangrijk te weten dat deze dieren in het wild thuishoren; het houden ervan als huisdier is schadelijk voor de populaties en voor het dierenwelzijn.
Samenvattend zijn trage lori's fascinerende, nachtelijke primaten met bijzondere ecologische aanpassingen en significante conserveringsproblemen. Bescherming van hun leefgebieden en het tegengaan van de illegale handel zijn cruciaal om deze soorten in het wild te behouden.
Vragen en antwoorden
V: Wat is het geslacht van de langzame loris?
A: Het geslacht van de lori's is Nycticebus.
V: Waar leven lori's?
A: Langzame lori's leven in Zuidoost-Azië en nabijgelegen gebieden.
V: Hoeveel soorten langzame lori's zijn er?
A: Er zijn ongeveer acht soorten langzame lori's.
V: Wat zijn de naaste verwanten van de groep?
A: De naaste verwanten van de groep zijn de slanke lori's uit Zuid-India en Sri Lanka.
V: Wat eet een slanke lori?
A: Langzame lori's eten insecten, kleine vogels en reptielen, eieren, vruchten, gom, nectar en sommige vegetatie.
V: Wat was volgens een studie uit 1984 71% van het dieet van een Sunda langzame lori?
A: Uit een studie uit 1984 bleek dat 71% van het dieet van een Sunda langzame lori bestond uit fruit en gom.
V: Wat was volgens een meer gedetailleerde studie uit 2002-2003 43,3% van het dieet van een andere Sunda langzame lori populatie?
A: Uit een meer gedetailleerde studie uit 2002-2003 bleek dat 43,3% van het dieet van een andere Sunda langzame lori populatie bestond uit gom.
Zoek in de encyclopedie