Bodemkunde houdt zich bezig met de bodem als een natuurlijke hulpbron op het aardoppervlak.

Het omvat bodemvorming, -classificatie en -kartering.

Maar veel meer wetenschappen houden zich bezig met de kennis van de bodem en de vooruitgang van de bodemwetenschappen: ingenieurswetenschappen, landbouwkundigen, chemie, geologie, geografie, biologie, microbiologie, sylvicultuur, volksgezondheid, archeologie, en ruimtelijke ordening.

Met "bodem" wordt bedoeld alles tussen de bovenkant van het vuil en de bovenkant van het onderliggende gesteente (het zogenaamde "vast gesteente"). Grond wordt vaak in lagen verdeeld. De bovenste laag is rijk aan organisch materiaal (rottende planten en dergelijke). Dan is er een laag grond waar regenwater sommige metalen heeft verwijderd (dit wordt "uitloging" genoemd). Die metalen worden opgevangen in een andere, lagere laag. Tenslotte is er een laag die voornamelijk bestaat uit gebroken stukjes gesteente. Een bodem kan al deze lagen hebben, of slechts een paar.

De bodem is belangrijk omdat het meeste grondwater, dat wordt gebruikt voor allerlei toepassingen, van stadswatervoorziening tot landbouw, zich in de bodem bevindt, niet in het vast gesteente.