Klei wordt gedeeltelijk gedroogd en in de gewenste vorm gegoten, gekneed of met de hand bewerkt. Na grondig drogen wordt het in een oven geplaatst, of op brandbaar materiaal in een kuil, en vervolgens gebakken.
Na het bakken in een kuil wordt het hete vaatwerk afgedekt met zand om af te koelen, en na het bakken in de oven wordt het langzaam afgekoeld. In ongeglazuurde toestand is het materiaal niet waterdicht, maar het is geschikt voor gebruik in de grond om water onder druk te vervoeren (een archaïsch gebruik), voor tuinartikelen en beeldhouwwerk of bouwdecoratie in tropische omgevingen, en voor oliecontainers, olielampen of ovens. Voor de meeste andere toepassingen, zoals tafelgerei, sanitaire leidingen of bouwdecoratie in vrieskou, moet het materiaal worden geglazuurd. Terracotta, indien niet gebarsten, rinkelt bij een lichte slag, maar niet zo helder als bij hogere temperatuur gebakken aardewerk, dat steengoed wordt genoemd. Het gebakken materiaal is zwak in vergelijking met steengoed.
Sommige soorten terracotta worden gemaakt van klei die gerecycleerde terracotta ("grog") bevat.
De ongeglazuurde kleur na het bakken kan sterk variëren, maar de meeste gewone klei bevat voldoende ijzer om een oranje, oranjerode of bruinoranje kleur te krijgen, waarbij dit bereik verschillende kleuren omvat die als "terracotta" worden omschreven. Andere kleuren zijn geel, grijs en roze.