Het woord trivium, uit het Latijn, bestaat uit twee delen. Het eerste deel tres betekent "drie" en het tweede deel vía betekent "weg".

In de Oudheid en de Hoge Middeleeuwen waren er verschillende manieren om jonge mannen aan de universiteit te onderwijzen. Het trivium waren de drie eenvoudigste manieren om de wereld te bestuderen, en dus leerden jonge mannen die eerst. Na het trivium bestudeerden ze het quadrivium. Samen werden deze vakken de zeven vrije kunsten genoemd. Het moeilijkste, en laatste vak dat werd bestudeerd was theologie.

De drie onderwerpen hielden verband met het spreken over de wereld. Deze vakken waren grammatica, logica en retorica. Het waren manieren om zich voor te bereiden op het quadrivium, dat rekenen, meetkunde, muziek en astronomie omvat.