Theorie
In 1772 identificeerde de Franse wiskundige en astronoom Joseph-Louis Lagrange twee plekken in de baan van een planeet die gravitationeel stabiel waren. Als een voorwerp daar werd neergezet, zou het daar blijven. Lagrange voorspelde het bestaan van een groep kleine lichamen in elk van de twee stabiele punten in de baan van Jupiter.
De term verwees oorspronkelijk naar de Trojaanse asteroïden die rond de Lagrangiaanse punten van Jupiter draaien, die volgens afspraak vernoemd zijn naar figuren uit de Trojaanse oorlog uit de Griekse mythologie. Volgens afspraak zijn de asteroïden die rond het L4 punt van Jupiter draaien vernoemd naar de helden van de Griekse kant van de oorlog, terwijl die op L5 vernoemd zijn naar de Trojaanse kant. De twee uitzonderingen, de Griekse 617 Patroclus en de Trojaanse 624 Hektor, zijn eigenlijk aan de verkeerde kant geplaatst.
Ontdekkingen
In 1904, was Edward Emerson Barnard de eerste persoon die een Trojaanse asteroïde zag. Barnard dacht dat het een maan van de planeet Saturnus was. In februari 1906 zag een Duitse astronoom, Max Wolf, een Trojaanse asteroïde en noemde hem 588 Achilles. Wolf was de eerste persoon die een Trojaanse asteroïde zag en wist wat het was. Sinds die tijd zijn er meer dan 2000 Trojaanse asteroïden gezien. De grootste Trojaanse asteroïde heet 624 Hektor. 624 Hektor is 370 km in doorsnee. Astronomen denken dat Trojaanse asteroïden gemaakt zijn van ijs en stof.
Later werden objecten gevonden die rond de Lagrangiaanse punten van Neptunus, Mars en de Aarde draaien. Asteroïden op de Lagrangiaanse punten van andere planeten dan Jupiter kunnen Lagrangiaanse asteroïden worden genoemd.
- 5261 Eureka, 1998 VF31, 1999 UJ7, en 2007 NS2 zijn Mars Trojanen.
- Er zijn acht Neptunus Trojanen bekend, maar zij overtreffen de Jupiter Trojanen wellicht met een orde van grootte.
- 2010 TK7 werd in 2011 bevestigd als de eerste bekende aardse Trojaan. Hij bevindt zich in het Lagrangiaans punt L4, dat voor de aarde ligt.