Herstelbetalingen in het kader van de Eerste Wereldoorlog zijn de betalingen en overdrachten van eigendommen en uitrusting waartoe Duitsland werd gedwongen na zijn nederlaag tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Artikel 231 van het Verdrag van Versailles (de "oorlogsschuldclausule") verklaarde Duitsland en zijn bondgenoten verantwoordelijk voor alle "verliezen en schade" van de geallieerden tijdens de oorlog en legde de basis voor herstelbetalingen.

In januari 1921 werd het totaal verschuldigde bedrag vastgesteld door een Inter-Allied Reparations Commission en wel op 132 miljard goudmark, ongeveer 6,6 miljard pond of 33 miljard dollar (ruwweg 393,6 miljard US dollar in 2005). Veel economen vonden dit bedrag te hoog. Later dat jaar werd het bedrag teruggebracht tot 132 miljard mark, wat de meeste Duitse waarnemers nog steeds te veel leek, zowel vanwege het bedrag zelf als vanwege de voorwaarden.

Duitsland stopte met het betalen van de herstelbetalingen na de machtsovername door Hitlers nazi-partij in 1933, toen ongeveer een achtste van de herstelbetalingen al was verricht. De laatste betalingen vonden plaats op de dag precies 20 jaar na de Duitse hereniging.