In de jaren zestig waren Stephen Stills en Neil Young lid van een andere band, Buffalo Springfield genaamd. Crosby was een van de oprichters van The Byrds, en de in Groot-Brittannië geboren Graham Nash was lid van The Hollies. Crosby werd eind 1967 uit The Byrds ontslagen, en The Buffalo Springfield ging het jaar daarop uit elkaar. Nash ging naar Californië, waar de anderen woonden en werkten, toen de Hollies daar in 1968 op bezoek waren. Nash en Crosby hadden elkaar eerder in Engeland ontmoet, en kwamen in Californië weer met elkaar in contact. Crosby en Stills hadden samengewerkt aan twee nummers, genaamd "Wooden Ships" en "You Don't Have To Cry". Toen ze "You Don't Have To Cry" voor Nash speelden, deed hij mee met de harmonieën, en de drie merkten dat ze samen een speciaal geluid hadden. Nash verhuisde naar Californië, en de drie vormden een band. Ze tekenden een platencontract bij Atlantic Records.
Stills en Crosby waren vrij om samen te werken en platen op te nemen voor Atlantic, maar Nash behoorde nog steeds toe aan de Hollies, die een contract hadden met EpicRecords. Er werd een ruil uitgewerkt tussen Atlantic en Epic. In ruil voor het verlies van Nash, kreeg Epic Records een andere Atlantic band, Poco, gevormd door Richie Furay van de Buffalo Springfield.
Het eerste album van CSN kwam uit in de lente van 1969, en werd al snel een hit. De hoes toonde Crosby, Stills en Nash zittend op een bank buiten een verlaten huis. (Ze zaten niet in de volgorde van hun naam; ze hadden de groep nog geen naam gegeven. Toen ze hun naam hadden bepaald, wilden ze nog een foto maken waarop ze in volgorde zaten, maar het huis was al afgebroken). Stephen Stills had de meeste instrumenten op het album bespeeld, met Dallas Taylor op drums. Dit werkte prima voor opnames, maar niet voor live-optredens. Er waren meer muzikanten nodig. Een toetsenist en basgitarist werden ingehuurd.
Atlantic Records president Ahmet Ertegun stelde Neil Young, die inmiddels zijn eigen band Crazy Horse had, voor als een andere gitarist voor de groep. Stills was er niet zeker van of Young zou werken, maar gaf hem een kans. Hij paste zo goed dat CSN hem een voltijds lid maakte, en zijn naam aan die van hen toevoegde. Young was in staat om zowel met CSN te spelen, als zijn eigen plaats bij Crazy Horse te behouden. Hun tweede optreden als kwartet was op het Woodstock Festival, in augustus 1969. Ze toerden gedurende de volgende maanden, en brachten een tweede album uit, Déjà Vu, begin het volgende jaar. Ze deden nog een tournee om het album te ondersteunen, dat ook een grote hit werd.