Intrinsieke energieniveaus
Energieniveau van de orbitale toestand
Veronderstel een elektron in een bepaalde atoombaan. De energie van zijn toestand wordt hoofdzakelijk bepaald door de elektrostatische wisselwerking van het (negatieve) elektron met de (positieve) atoomkern. De energieniveaus van een elektron rond een atoomkern worden gegeven door :
E n = - h c R ∞ Z 2 n 2 {\displaystyle E_{n}=-hcR_{\infty }{\frac {Z^{2}}{n^{2}}}}
,
waarin R ∞ de Rydbergconstante
is (gewoonlijk tussen 1 eV en 103 eV), Z de lading van de atoomkern, n het belangrijkste kwantumgetal, e de lading van het elektron, h
de constante van Planck en c de lichtsnelheid.
De Rydbergniveaus hangen alleen af van het hoofdkwantumgetal n {\an5}.
.
Splitsing van de fijne structuur
Fijnstructuur ontstaat door relativistische kinetische energiecorrecties, spin-baankoppeling (een elektrodynamische wisselwerking tussen de spin en de beweging van het elektron en het elektrische veld van de kern) en de Darwin-term (contactterm-interactie van s-schil elektronen binnen de kern). Typische magnitude 10 - 3 {displaystyle 10^{-3}}
eV.
Hyperfijne structuur
Spin-nucleair-spin koppeling (zie hyperfijnstructuur). Typische magnitude 10 - 4 {\displaystyle 10^{-4}}
eV.
Elektrostatische wisselwerking van een elektron met andere elektronen
Als er meer dan één elektron rond het atoom is, verhogen elektron-elektron-interacties het energieniveau. Deze interacties worden vaak verwaarloosd als de ruimtelijke overlapping van de elektronengolffuncties gering is.
Energieniveaus als gevolg van externe velden
Zeeman effect
De interactie-energie is: U = - μ B {\displaystyle U=-\mu B}
met μ = q L / 2 m {\displaystyle \mu =qL/2m} 
Zeeman effect rekening houdend met spin
Hierbij wordt zowel rekening gehouden met het magnetisch dipoolmoment ten gevolge van het hoekmoment van de baan als met het magnetisch momentum ten gevolge van de elektronspin.
Ten gevolge van relativistische effecten (Dirac-vergelijking) is het magnetisch moment ten gevolge van de elektronspin μ = - μ B g s {\displaystyle \mu =-\mu _{B}gs}
met g {\displaystyle g}
de gyro-magnetische factor (ongeveer 2). μ = μ l + g μ s {\displaystyle \mu =\mu _{l}+g\mu _{s}}
De interactie-energie wordt dus U B = - μ B = μ B B ( m l + g m s ) {\displaystyle U_{B}=-\mu B=\mu _{B}B(m_{l}+gm_{s})}
.
Stark effect
Interactie met een extern elektrisch veld (zie Stark-effect).