Het Amadeus Kwartet was een wereldberoemd strijkkwartet, opgericht in 1947. Eerste viool - Norbert Brainin, tweede viool - Siegmund Nissel, altviool - Peter Schidlof, cello - Martin Lovett.

De violisten Norbert Brainin, Siegmund Nissel en Peter Schidlof werden na Hitlers Anschluss van 1938 gedwongen Wenen te verlaten voor Londen vanwege hun Joodse afkomst. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, werden zij naar interneringskampen gestuurd omdat zij "vijandelijke vreemdelingen" waren (buitenlanders uit een land waartegen Groot-Brittannië vocht). De drie violisten ontmoetten elkaar in het kamp en brachten veel tijd door met samen muziek maken. Al snel werden ze vrijgelaten omdat ze "vooraanstaande artiesten" waren (eigenlijk waren ze toen nog onbekend). Ze studeerden bij vioolleraar Max Rostal, die hen gratis les gaf. Een andere leerlinge van Rostal was Suzanne Rozsa, die getrouwd was met de cellist Martin Lovett. Peter Schidlof stapte over op altviool, en ze speelden samen strijkkwartetten. In 1947 vormden zij het Brainin Kwartet. Nissel bedacht toen de naam "Amadeus Quartet". Hij vond het beter klinken dan de groep bij de naam van de eerste violist te noemen. Het kwartet werd in 1948 omgedoopt tot het Amadeus Kwartet (Amadeus was een van de namen van Mozart).

De groep gaf zijn eerste optreden als het Amadeus Quartet in de Wigmore Hall in Londen op 10 januari 1948. Al snel traden ze op in concerten, festivals en masterclasses over de hele wereld. Het kwartet maakte ongeveer 200 opnames, waaronder de complete kwartetten van Ludwig van Beethoven, Johannes Brahms en W. A. Mozart. Ze voerden ook werken uit van 20e-eeuwse componisten als Béla Bartók en Benjamin Britten (die zijn derde kwartet speciaal voor hen schreef).

De Amadeus was een van de meest gevierde kwartetten van de 20e eeuw.

Ze hadden altijd afgesproken dat als een van hen ziek zou worden of zou overlijden, het kwartet niet met iemand anders zou spelen. Het kwartet stopte met spelen in 1987 na de dood van de violist Peter Schidlof.

Norbert Brainin overleed in 2005 en Siegmund Nissel in 2008.