Een spiermaag, of "maagmolen", is een deel van de maag dat voedsel maalt. Dieren die tanden vermalen hebben geen behoefte aan een spiermaag, maar er zijn veel dieren die wel een spiermaag hebben.
De spiermaag is een standaarduitrusting voor pterosaurussen en vogels, dinosaurussen en krokodillen, maar ook voor veel vissen en schaaldieren.
De spiermaag werkt omdat het dier wat grind en kleine steentjes eet, en ze malen tegen het voedsel in de spiermaag. De spiermaag is gespierd en bekleed met taai materiaal.
Bij vogels werkt het zo. Vogels slikken voedsel in en bewaren het indien nodig in hun krop. Dan gaat het voedsel over in hun kliermaag, of proventriculus. Hier worden afscheidingen aan het voedsel toegevoegd. Vervolgens gaat het voedsel over in de spiermaag (ook wel bekend als de gespierde maag of ventriculus). De spiermaag kan het voedsel vermalen met eerder ingeslikte stenen en het teruggeven aan de echte maag, en vice versa. In lekentaal 'kauwt' de spiermaag op het voedsel voor de vogel omdat hij geen tanden heeft. Vogelmaagden zijn bekleed met een taaie laag van het koolhydraat-eiwit-complex koiline, om de spieren in de spiermaag te beschermen.
Bij vogels ligt de maag voor de spiermaag, maar bij sprinkhanen komt de spiermaag voor de maag. Bij regenwormen is er alleen een spiermaag, en geen maag.

