Het Grand Canal of Dayunhe of Jing-Hang Grand Canal (Chinees: 京杭大运河; pinyin: Jīng-Háng Dà Yùnhé; letterlijk: "Beijing-Hangzhou Grand Canal") is het langste en oudste kanaal en de kunstmatig aangelegde rivier ter wereld.
Het begint in Peking, gaat door Tianjin, Hebei, Shandong, Jiangsu en Zhejiang en eindigt in Hangzhou.
Het verbindt de twee langste rivieren van China: de Gele Rivier en de Yangzi.
De oudste delen van het kanaal zijn gebouwd in de 5e eeuw voor Christus.
De Sui-dynastie (581-618 AD) voegde nog enkele andere delen toe. Tussen 1271-1633 heeft de Yuan-dynastie (via Guo Shoujing en anderen) en de Ming-dynastie het verbeterd en onderdelen gebouwd om het water naar Peking te leiden.
De totale lengte is 1.776 km (1.104 mi). De grootste hoogte is 42 m (138 ft) in de buurt van het Shandong gebergte.
Song Dynastie (960-1279) ingenieur Qiao Weiyue vond in de 10e eeuw het pondenslot uit. Hierdoor konden schepen hoger en lager door het kanaal varen.
Het kanaal heeft veel mensen door de geschiedenis heen verbaasd, waaronder de Japanse monnik Ennin (794-864), de Perzische historicus Rashid al-Din (1247-1318), de Koreaanse ambtenaar Choe Bu (1454-1504) en de Italiaanse missionaris Matteo Ricci (1552-1610).
Historisch gezien dreigde de overstroming van de Gele Rivier het kanaal te breken. In oorlogstijd werd het kanaal zelfs als wapen gebruikt: de dijken van de Gele Rivier werden soms doorbroken om de vijandelijke troepen onder water te zetten. Maar dit veroorzaakte rampen en schaadde de economie.
Het kanaal heeft de Chinese economie sterk verbeterd en de handel tussen het noorden en het zuiden doen toenemen. Het wordt tot op de dag van vandaag nog steeds intensief gebruikt.
Het is een UNESCO-werelderfgoedlocatie.

