Homotherium is een uitgestorven geslacht van machairodontine sabeltandkatten. Hun tanden zijn langer dan die van een moderne tijger, maar korter dan die van Smilodon. Daarom worden ze soms "kromzwaard-tandkatten" genoemd.

De Homotherium was wijdverspreid in Noord-Amerika, Zuid-Amerika, Europa, Azië en Afrika tijdens het Plioceen en het Pleistoceen (5 miljoen jaar geleden - 10.000 jaar geleden).

Hij is ongeveer 1,5 miljoen jaar geleden in Afrika uitgestorven. In Eurazië overleefde hij tot ongeveer 30.000 jaar geleden. In Zuid-Amerika is hij alleen bekend van enkele resten in het noorden (Venezuela), in het midden-Pleistoceen. De laatste kromzwaardkat zou in Noord-Amerika tot 10.000 jaar geleden kunnen hebben overleefd.

Uiterlijk en bouw

Homotherium was anders gebouwd dan de robuuste, laagbenige Smilodon. Belangrijke kenmerken zijn onder andere:

  • Kromme, relatief korte hoektanden — minder extreem lang dan bij sommige andere sabeltandkatten, wat de bijnaam "kromzwaard-tandkat" verklaart.
  • Skelet voor rennen aangepast — relatief lange poten en een slanker, meer gestroomlijnd lichaam in vergelijking met gedrongen sabeltanden; dit suggereert grotere loop- en renvaardigheid.
  • Krachtige voorpoten en schouders — aangepast om prooi neer te halen en vast te houden.
  • Skull en tanden — de kiezen en snijtanden vormden samen een efficiënt snijgereedschap; sommige tanden vertoonden fijne kartelingen die hielpen bij het doorsnijden van vlees.

Leefwijze en jacht

Op basis van skeletkenmerken en vergelijking met verwante soorten vermoeden onderzoekers dat Homotherium meer was aangepast aan open landschappen en rennen dan sommige andere sabeltandkatten. Mogelijke levenswijzen:

  • Cursoriale jager: kon prooien op snelheid achtervolgen over open terrein.
  • Groepsjacht: er is discussie of Homotherium in kleine groepen of familiegroepen jaagde, wat vergelijkingen met sommige moderne sociale katten mogelijk maakt.
  • Doelwit: vermoedelijk werden middelgrote tot grote hoefdieren bejaagd; ook juveniele of verzwakte individuen van grote soorten vormden een belangrijk deel van het dieet.

Verspreiding en fossiele vindplaatsen

Fossielen van Homotherium zijn gevonden in veel delen van de wereld, wat wijst op een breed ecologisch bereik. Bekende vindplaatsen zijn onder andere Europa, delen van Azië, Noord-Amerika (waar ook vondsten zijn gedaan in de Rancho La Brea - teerzanden), Afrika en enkele locaties in Zuid-Amerika (Venezuela). De vondsten variëren van gedeeltelijke skeletresten tot losse tanden en schedelfragmenten.

Uitsterven

Homotherium verdween geleidelijk van verschillende continenten op verschillende tijden. Mogelijke oorzaken van het uitsterven zijn:

  • Klimaatverandering en het verdwijnen van geschikte open habitats.
  • Achteruitgang of verschuiving van prooidieren door ecologische veranderingen.
  • Concurrentie met andere grote roofdieren, inclusief mens en andere katachtigen.
  • Mensen kunnen indirect of direct bijgedragen hebben aan lokale uitstervingen, vooral aan het eind van het Pleistoceen.

Naam en betekenis

De naam Homotherium is afgeleid van Oudgriekse elementen en wordt vaak vertaald als "gelijke" of "gelijke beest", verwijzend naar kenmerken die het geslacht onderscheidden binnen de sabeltandkatten.

Homotherium blijft belangrijk voor het begrijpen van de diversiteit aan jachtstrategieën onder uitgestorven roofzoogdieren en geeft inzicht in hoe roofdieren zich aanpasten aan veranderende ecosystemen tijdens het Plioceen en Pleistoceen.