Lysozymen maken deel uit van het aangeboren immuunsysteem. Het zijn enzymen die zich in slijmafscheidingen bevinden zoals speeksel. Ze beschermen tegen infectie door de bacteriën, virussen en schimmels die dieren besmetten in stukken te hakken.

De naam 'lysozyme' werd in 1922 bedacht door Alexander Fleming (1881-1955), de ontdekker van penicilline. Fleming observeerde voor het eerst de antibacteriële werking van lysozym bij de behandeling van bacterieculturen met neusslijm van een patiënt die aan een verkoudheid leed.

Lysozyme zit in een aantal afscheidingen, zoals tranen, speeksel, melk en slijm. Het is ook aanwezig in cytoplasmatische korrels van macrofagen en granulocyte-neutrofielen.

Het enzym werkt door polymeren in de celwanden van bacteriën aan te tasten, vooral Gram-positieve bacteriën zoals Bacillus en Streptococcus.

Lysozyme was de tweede eiwitstructuur, en de eerste enzymstructuur, opgelost met röntgendiffractiemethoden. Het was het eerste enzym dat volledig gesequenced is en dat alle twintig gangbare aminozuren bevat. Het was ook het eerste enzym met een gedetailleerd, specifiek mechanisme dat werd voorgesteld voor de werking ervan. Dit werk leidde tot een verklaring van hoe enzymen een chemische reactie versnellen door hun fysieke structuren.