Bacteriën zijn zeer kleine organismen. Het zijn prokaryote micro-organismen. Bacteriële cellen hebben geen kern, en de meeste hebben geen organellen met membranen eromheen. De meeste hebben een celwand. Ze hebben wel DNA, en hun biochemie is in principe dezelfde als die van andere levende wezens. Ze behoren tot de eenvoudigste en oudste organismen.
Bijna alle bacteriën zijn zo klein dat ze alleen door een microscoop kunnen worden gezien. Bacteriën bestaan uit één cel en zijn dus een soort eencelligen. Zij waren een van de vroegste levensvormen en zijn eenvoudige eencellige organismen. Ze behoren tot de extremofielen, die in extreme habitats leven.
Er zijn waarschijnlijk meer individuele bacteriën dan enig ander organisme op aarde, behalve virussen. De meeste bacteriën leven in de grond of in het water, maar vele leven in of op de huid van andere organismen, waaronder mensen. Er zijn ongeveer evenveel bacteriecellen als menselijke cellen in elk van onze lichamen. Sommige bacteriën veroorzaken ziekten, maar andere helpen ons bij alledaagse activiteiten zoals het verteren van voedsel (darmflora). Sommige gebruiken we in fabrieken om kaas en yoghurt te maken.
De grondlegger van de bacteriologie was de Duitse bioloog Ferdinand Cohn (1828-1898). Hij publiceerde de eerste biologische classificatie van bacteriën, gebaseerd op hun uiterlijk.

