Myanmar had in de oudheid een sterk koninkrijk, maar het land werd in de jaren 1800 overgenomen door de Britten. In de jaren 1940 werd het bezet door het keizerrijk Japan. Myanmar werd in 1948 onafhankelijk als de Unie van Birma, en had aanvankelijk een democratische regering. Maar in 1962 bracht een staatsgreep het leger aan de macht, waar het sindsdien is gebleven. De stichter van het moderne Myanmar, Aung San, werd maanden voor de onafhankelijkheid vermoord. Zijn dochter Aung San Suu Kyi kreeg vele malen huisarrest omdat zij de democratische beweging leidde.
In 1991 stemde de militaire junta in met democratische verkiezingen, die werden gewonnen door de Nationale Liga voor Democratie, en die Aung San Suu Kyi tot premier hadden moeten maken. De dictatuur negeerde echter de uitslag van de verkiezingen en bleef regeren. In november 2005 verklaarde de militaire regering dat de nationale hoofdstad zou worden verplaatst van Yangon naar een locatie bij Pyinmana, die in maart 2006 werd omgedoopt tot Naypyidaw.
Sinds de onafhankelijkheid in 1948 en de moord op Aung San zijn er in Birma burgeroorlogen uitgebroken tussen de regeringen en etnische minderheidsgroepen zoals de Kachin, Karen, Shan en anderen. Deze conflicten staan bekend als het interne conflict in Birma.