Bacteriële conjugatie is de overdracht van genetisch materiaal tussen bacteriële cellen door direct celcontact of door een brugvormige verbinding tussen twee cellen.

Conjugatie is een mechanisme van horizontale genoverdracht, net als transformatie en transductie, hoewel deze twee andere mechanismen geen cel-naar-cel contact met zich meebrengen.

Bacteriële vervoeging werd ontdekt door Nobelprijswinnaars Joshua Lederberg en Edward Tatum. Zij toonden aan dat de bacterie Escherichia coli een seksuele fase inging waarin zij genetische informatie kon delen.

Bacteriële conjugatie wordt vaak ten onrechte beschouwd als het equivalent van seksuele voortplanting, omdat het gaat om de uitwisseling van genetisch materiaal. Tijdens de conjugatie zorgt de donorcel voor een conjugatief of mobiliseerbaar genetisch element dat meestal een plasmide of transposon is. De meeste conjugatieve plasmiden hebben systemen die ervoor zorgen dat de ontvangende cel niet al een soortgelijk element bevat.

De overgedragen genetische informatie is vaak gunstig voor de ontvanger. Voordelen kunnen zijn: antibioticaresistentie, xenobiotische tolerantie of de mogelijkheid om nieuwe metabolieten te gebruiken. Dergelijke gunstige plasmiden kunnen worden beschouwd als bacteriële endosymbionten. Andere elementen kunnen echter worden beschouwd als bacteriële parasieten en conjugatie als een mechanisme dat door hen is ontwikkeld om hun verspreiding mogelijk te maken.