Salpen (familie Salpidae) zijn vrijzwemmende, doorzichtige, tonvormige dieren die tot de manteldieren behoren. Hoewel hun uiterlijk aan kwallen doet denken, zijn salpen geen neteldieren; ze horen bij de chordaten. Hun eenvoudige, gelatineachtige lichaam is aangepast aan het leven als plankton en ze komen voor in veel zeeën over de hele wereld.

Kenmerken en bouw

Salpen hebben een cilindrische of tonvormige romp met een zachte buitenhuid en een groot inwendig kanaal waardoor water stroomt. Dit kanaal bevat fijnmazige voedselfilters waarmee ze kleine deeltjes uit het water halen. Hun voortbeweging gebeurt door ritmische samentrekkingen van de lichaamsspieren: water wordt krachtig naar achteren gepompt, waardoor ze vooruitgestuwd worden — een efficiënt voorbeeld van straalaandrijving in de natuur.

  • Taxonomie: tunicaten binnen de stam Chordata — verwant aan andere chordaten.
  • Voeding: filtervoeders die met hun filters fytoplankton en andere micro-organismen uit het water halen.
  • Beweging: jetachtige voortstuwing door samen te trekken en water uit te stuwen.
  • Uiterlijk: gelatineus, meestal doorzichtig en vaak cilindrisch van vorm.

Levenscyclus en voortplanting

Salpen hebben een opvallende levenswijze met afwisseling van generaties: een asexuele fase levert solitaire dieren die door knopvorming meervoudige gekoppelde dieren kunnen voortbrengen; deze aggregaten bestaan uit seksueel voortplantende individuen die later weer solitaire vormen kunnen geven. Deze afwisseling — vaak beschreven als een afwisseling tussen oözoïden en blastozooïden — maakt snelle populatiegroei en het ontstaan van lange ketens mogelijk.

Verspreiding, bloei en ecologische betekenis

Salpen komen wereldwijd voor; sommige soorten zijn bijzonder talrijk in koude, productieve wateren. In de Zuidelijke Oceaan, nabij Antarctica, kunnen salpen enorme zwermen vormen en zelfs in aantal concurreren met of overtreffen wat vaak wordt gezien als belangrijke herbivoren, zoals krill. Tijdens zulke bloeiperioden hebben salpen grote invloed op de grazersamenstelling en de voedselbeschikbaarheid voor grotere dieren.

Hun rol in de mariene koolstofcyclus is belangrijk: door fytoplankton te consumeren en voedselrijk materiaal in compacte fecale pellets of als dode lichamen naar diepere waterlagen te laten zinken, dragen salpen bij aan de export van koolstof uit het bovenste oceaanlaag — een proces dat invloed heeft op lange termijn koolstofopslag in de oceaan.

Verschillen met kwallen en verwantschap met gewervelden

Hoewel salpen visueel aan kwallen doen denken, verschillen ze fundamenteel in bouw en indeling: kwallen zijn neteldieren, salpen zijn chordaten. Als leden van de chordaten delen salpen embryonale kenmerken met gewervelde dieren, zoals een aanleg voor een notochord of primair ruggenmerg-achtig structuur in de vroege ontwikkeling, maar ze bezitten geen echte ruggengraat zoals vissen of zoogdieren.

Salpen zijn ook onderwerp van onderzoek in biomechanica en oceaankunde vanwege hun zeer efficiënte voortstuwing en hun impact op voedselwebben en de biologische koolstofpomp. Voor basisinformatie over planktonachtige organismen en filtervoeding zie verder materiaal over plankton en manteldieren.