USS Enterprise (CV-6)

USS Enterprise (CV-6), vaak de "Big E" genoemd, was het zesde vliegdekschip van de Amerikaanse marine. Zij was ook het zevende Amerikaanse marineschip dat deze naam gebruikte. Ze werd in 1936 te water gelaten en was een vliegdekschip van de Yorktown-klasse. Zij was één van de drie Amerikaanse vliegdekschepen die voor de Tweede Wereldoorlog in de vaart werden gebracht en de oorlog overleefden. Zij nam deel aan meer gevechten tegen Japan dan enig ander Amerikaans schip. Deze gevechten omvatten de Slagom Midway, de Slag om de Oost-Solomons, de Slag om de Santa Cruz eilanden, vele andere gevechten tijdens de Guadalcanal campagne, de Slag om de Filippijnse Zee, en de Slag om Leyte Gulf. Op drie verschillende tijdstippen tijdens de oorlog in de Stille Oceaan, zeiden de Japanners dat zij in de strijd tot zinken was gebracht. Hierdoor kreeg ze de bijnaam "Het Grijze Spook".

Enterprise verdiende 20 gevechtssterren. Dit was meer dan enig ander Amerikaans oorlogsschip in de Tweede Wereldoorlog. Sommigen hebben gezegd dat zij het meest glorieuze en geëerde schip is in de geschiedenis van de Amerikaanse marine. Echter, het 18e eeuwse fregat USS ''Constitution'' kan daar misschien tegenop.

Bouw en inbedrijfstelling

Enterprise werd op 3 oktober 1936 te water gelaten bij Newport News Shipbuilding. Ze werd gesponsord door Lulie Swanson, die de vrouw was van de Secretary of the Navy Claude A. Swanson. Enterprise werd in dienst gesteld op 12 mei 1938. Enterprise voer naar het zuiden zodat haar prestaties konden worden getest. Dit bracht haar naar Rio de Janeiro. Na haar terugkeer werd ze gebruikt langs de oostkust en in het Caribisch gebied tot april 1939. Toen kreeg ze opdracht om dienst te doen in de Pacific.

Service geschiedenis

Enterprise was een van de veertien schepen die met de RCA CXAM-1 RADAR werden uitgerust. Ze was eerst gestationeerd in San Diego (waar ze werd gebruikt in de film Dive Bomber) en daarna in Pearl Harbor nadat President Roosevelt de Vloot opdroeg om ver naar voren gestationeerd te worden. Enterprise en de vliegtuig eskadrons die ze vervoert trainden veel en verplaatsten vliegtuigen tussen de eiland bases in de Pacific. Enterprise verliet Pearl Harbor op 28 november 1941. Enterprise was bezig met een transportmissie, terugkerend naar Hawaii na het verplaatsen van Marine Fighter Squadron 211 (VMF-211) naar Wake Island op 7 december 1941. Dit was toen de Japanners Pearl Harbor aanvielen.

Wereldoorlog II

Pearl Harbor

Enterprise keerde terug naar Oahu op de ochtend van 7 december 1941. 18 SBD Dauntlesses van Enterprise squadrons Scouting Squadron Six (VS-6) en Bombing Squadron Six (VB-6) arriveerden bij Pearl Harbor terwijl de Japanners het aanvielen. Hoewel ze verrast waren, kwamen ze snel in actie om Pearl Harbor te verdedigen. VS-6 verloor zes vliegtuigen tijdens de aanval. VB-6 verloor er één. Veel van deze vliegtuigen werden door de Japanners neergeschoten. Er ging echter minstens één vliegtuig verloren door luchtafweer (AA) vuur, en veel meer raakten beschadigd. Tijdens het gevecht was er een radiobericht te horen: "Val me niet aan, dit is Zes Baker Drie een Amerikaans vliegtuig". Later hoorde men dezelfde piloot (Ensign Manuel Gonzales van VB-6) tegen zijn radioman/gunner zeggen dat hij zich klaar moest maken om op het water te landen. Luitenant C. E. Dickinson en zijn bemanningslid William C. Miller, van VS-6, schoten één Japans vliegtuig neer voordat ze eruit moesten springen nadat hun toestel in brand vloog. Dickinson ging later naar Ford Eiland om een ander vliegtuig te besturen. Hij nam deel toen de Verenigde Staten op zoek waren naar de Japanse vloot.

Enterprise stuurde tijdens de aanval ook zes F4F Wildcats van Fighting Squadron Six (VF-6). Op twee na werden al deze toestellen neergeschoten door door granaatscherven getroffen AA-schutters toen ze later die nacht probeerden te landen op Ford Island. Enterprise maakte haar vliegtuigen klaar voor een grote zoekactie naar de Japanse troepen die Pearl Harbor aanvielen. Ze zochten ten zuiden en westen van Oahu. Echter, de Japanners waren op weg naar het noordwesten. Enterprise ging Pearl Harbor binnen voor brandstof en voorraden in de nacht van 8 december. De volgende ochtend vroeg ging ze patrouilleren op de rest van de Hawaiiaanse eilanden om er zeker van te zijn dat er geen aanvallen meer zouden komen. Hoewel de groep geen schepen vond, brachten de vliegtuigen van Enterprise de Japanse onderzeeër I-70 tot zinken. I-70 werd tot zinken gebracht op 23°45′N 155°35′W / 23.750°N 155.583°W / 23.750; -155.583 (USS Enterprise sinks I-70) op 10 december 1941.

Gedurende de laatste twee weken van december 1941 trok de Enterprise met haar groep naar het westen van Hawaii om ervoor te zorgen dat die eilanden niet werden aangevallen. Twee andere groepen probeerden op hetzelfde moment te helpen op Wake Island. Nadat de groep Enterprise een korte rustpauze had gehad in Pearl Harbor, vertrokken ze op 11 januari. Ze beschermden schepen die hulp naar Samoa stuurden. Op 1 februari deed Enterprise's Task Force 8 een inval op Kwajalein, Wotje en Maloelap op de Marshalleilanden. Ze brachten drie schepen tot zinken, beschadigden er acht en vernietigden veel vliegtuigen.

De slag om Midway

Vijf dagen later voer de Enterprise naar de Stille Zuidzee om andere Amerikaanse vliegdekschepen in de Koraalzee te helpen. De slag om de Koraalzee was echter al voorbij voordat de Enterprise daar aankwam.

Op 28 mei vertrok de Enterprise, als vlaggenschip van admiraal Raymond A. Spruance, naar Midway. Zij kreeg opdracht Midway te behouden en de vijand zoveel mogelijk schade toe te brengen. USS Hornet, zes kruisers en 10 torpedobootjagers waren op die dag bij de Enterprise.

Zowel de Amerikanen als de Japanners lanceerden luchtaanvallen. Hoewel de gevechten tot 7 juni duurden, was tegen het eind van 4 juni de uitslag beslist. De Slag om Midway begon op de ochtend van 4 juni 1942, toen vier Japanse vliegdekschepen het eiland Midway aanvielen. De Japanners wisten niet dat de U.S. Navy in het gebied was. Slechts drie uur nadat de eerste bom Midway had geraakt, vielen vliegtuigen van de Amerikaanse vliegdekschepen aan. Enterprise zette een aanval in met torpedobommenwerpers, maar deze mislukte. Kort daarna vielen duikbommenwerpers van de Enterprise de Japanse vliegdekschepen Kaga en Akagi aan en brachten deze tot zinken. Later in de middag bommenwerpers van Enterprise en USS Yorktown brachten Hiryu tot zinken (vliegtuigen van Yorktown brachten ook Sōryū tot zinken). Yorktown en USS Hammann waren de enige Amerikaanse schepen die tot zinken werden gebracht, maar er gingen wel 113 vliegtuigen verloren. 61 daarvan gingen verloren tijdens de aanvallen. De Japanse verliezen waren veel groter. Zij verloren vier vliegdekschepen, één kruiser en 272 vliegtuigen. Hoewel ze veel vliegtuigen verloor, keerde de Enterprise op 13 juni 1942 onbeschadigd terug naar Pearl Harbor.

Zuid Pacific

Na een maand rust, zette de Enterprise op 15 juli 1942 koers naar de Stille Zuidzee. Daar hielp ze de aanval op de Solomon eilanden op 8 augustus te ondersteunen. Tijdens de Slag om de Oost-Solomonseilanden werd het Japanse vliegdekschip Ryūjō tot zinken gebracht. De Japanse troepen die op Guadalcanal zouden landen, werden teruggedrongen. Enterprise werd drie keer geraakt. 77 matrozen werden gedood en 91 raakten gewond. Enterprise werd zwaar beschadigd.

Enterprise lag van 10 september-16 oktober 1942 vast in Pearl Harbor.

Op 13 november hielpen piloten van de Enterprise om de Hiei tot zinken te brengen. Toen de zeeslag om Guadalcanal eindigde op 15 november 1942, had de Enterprise geholpen 16 schepen tot zinken te brengen en nog eens acht te beschadigen.

Op 20 juli 1943 begon men met de modernisering van de Enterprise. Dit gebeurde over meerdere maanden. Ze kreeg een anti-torpedo blister. Dit betekende dat de carrier beter beschermd zou zijn tegen torpedo's.

Terug in dienst

Enterprise was terug in november 1943. Ze hielp de Amerikaanse soldaten bij de landing op Makin Atoll van 19-21 november 1943.

Enterprise lanceerde vliegtuigen om de Marshalleilanden aan te vallen en hielp Amerikaanse soldaten landen op Kwajalein van 29 januari-3 februari 1944. Daarna ging ze op 17 februari de Japanse basis in de Truk Lagoon op de Caroline Eilanden aanvallen.

Enterprise lanceerde vliegtuigen om Jaluit Atoll te raken op 20 februari. Ze hielp troepen die landden op Emirau Island (19-25 maart). Op 14 april hielp ze troepen bij hun landing in Hollandia (tegenwoordig Jayapura), in Nieuw-Guinea.

De slag om de Filippijnse Zee

Op 19 juni 1944 nam de Enterprise deel aan de Slag in de Filippijnse Zee. Gedurende meer dan acht uur vochten Amerikaanse en Japanse piloten. Gedurende twee dagen werden zes Amerikaanse schepen beschadigd. 130 vliegtuigen en 76 piloten en vliegtuigbemanningen gingen verloren. Amerikaanse vliegtuigen en Amerikaanse onderzeeërs brachten drie Japanse vliegdekschepen tot zinken (Hiyō, Shōkaku, en Taihō). De Japanners verloren 426 vliegtuigen.

Enterprise hielp bij de verdediging van de Amerikaanse schepen en bij het treffen van de Japanse schepen. Na de slag hielp Enterprise tot 5 juli bij de invasie van Saipan. Daarna ging ze terug naar Pearl Harbor voor een maand rust. Ze kwam terug op 24 augustus en viel de Bonin eilanden aan van 31 augustus - 2 september.

De slag om Leyte Gulf

In de Slag om Leyte Gulf (23-26 oktober), vielen Enterprise vliegtuigen slagschepen en torpedobootjagers aan. In november bombardeerden vliegtuigen van Enterprise Manila en Yap. Op 6 december 1944 keerde ze terug naar Pearl Harbor.

Na de oorlog

Operatie Magisch Tapijt

Enterprise zeilde naar Pearl Harbor met 1.100 soldaten. Daarna zeilde ze naar Europa. Ze bracht 10.000 soldaten naar huis. Tijdens de laatste reis van de Enterprise kwam het schip vast te zitten in zeer harde wind in de Atlantische Oceaan. De bemanning verliet bijna het schip. Enterprise moest terug naar New York.

Enterprise kreeg een Britse Admiraliteitswimpel. De wimpel is aan de Enterprise gegeven als geschenk van een bondgenoot. Enterprise is het enige niet-Royal Navy schip dat de onderscheiding in meer dan 400 jaar heeft gekregen.

Het einde van de "Big E"

Enterprise ging op 18 januari 1946 naar de New York Naval Shipyard om te worden gedeactiveerd. In 1946 zou zij aan de staat New York worden geschonken als gedenkteken. Dit plan werd echter in 1949 geannuleerd. De "Big E" werd op 1 juli 1958 verkocht aan de Lipsett Corporation om te worden gesloopt. De sloop vond plaats in mei 1960.

Opvolger van de "Big E"

In november 1961 werd de USS Enterprise (CVA(N)-65) in dienst gesteld. Dit was 's werelds eerste nucleair aangedreven vliegdekschip. De Enterprise (CVN-65) werd op 1 december 2012 uit de vaart genomen. Een volgende Enterprise zou een vliegdekschip uit de Gerald R. Ford-klasse worden, CVN-80.

USS Enterprise in 1939.
USS Enterprise in 1939.

TBD Devastators op de USS Enterprise tijdens de slag om Midway
TBD Devastators op de USS Enterprise tijdens de slag om Midway

Enterprise tijdens de slag om de Santa Cruz eilanden, 26 oktober 1942.
Enterprise tijdens de slag om de Santa Cruz eilanden, 26 oktober 1942.

Een Japanse bom ontploft op het vliegdek van de Enterprise op 24 augustus 1942 tijdens de Slag om de Oost-Solomons. Het veroorzaakte een kleine hoeveelheid schade.
Een Japanse bom ontploft op het vliegdek van de Enterprise op 24 augustus 1942 tijdens de Slag om de Oost-Solomons. Het veroorzaakte een kleine hoeveelheid schade.

Deze F6F Hellcat is neergestort op het vliegdek van de Enterprise.
Deze F6F Hellcat is neergestort op het vliegdek van de Enterprise.

Enterprise rechts met de Vijfde Vloot bij Majuro, 1944.
Enterprise rechts met de Vijfde Vloot bij Majuro, 1944.

Een foto genomen vanuit Washington toont een explosie op de Enterprise door een kamikaze.
Een foto genomen vanuit Washington toont een explosie op de Enterprise door een kamikaze.

Amerikaanse soldaten op de Enterprise in 1945
Amerikaanse soldaten op de Enterprise in 1945

USS Enterprise (CV-6) bij de New York Naval Shipyard op 22 juni 1958
USS Enterprise (CV-6) bij de New York Naval Shipyard op 22 juni 1958

Achterstevenplaat van de USS Enterprise in River Vale, New Jersey.
Achterstevenplaat van de USS Enterprise in River Vale, New Jersey.

Awards

Enterprise kreeg een Presidential Unit Citation voor haar diensten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het citaat zegt:

Wegens aanhoudend uitmuntende prestaties en voorname verdiensten tijdens herhaalde actie tegen vijandelijke Japanse strijdkrachten in het oorlogsgebied in de Pacific, 7 december 1941, tot 15 november 1942. Deelnemend aan bijna elk groot vliegdekschip gevecht in het eerste jaar van de oorlog, hebben de Enterprise en haar luchtgroep, exclusief de verre vernietiging van vijandelijke kustinstallaties in het hele strijdgebied, in haar eentje in totaal 35 Japanse schepen tot zinken gebracht of beschadigd en in totaal 185 Japanse vliegtuigen neergeschoten. Haar agressieve geest en uitstekende gevechtsefficiëntie zijn een passend eerbetoon aan de officieren en manschappen die haar zo dapper hebben opgericht als een vooruitgeschoven bolwerk in de verdediging van de Amerikaanse natie.

Enterprise kreeg ook de Navy Unit Commendation en 20 gevechtssterren voor haar dienst in de Tweede Wereldoorlog. Dit betekent dat zij het hoogst gedecoreerde Amerikaanse schip ooit is.



AlegsaOnline.com - 2020 - License CC3