Maurice Duruflé (1902–1986) — Franse componist en organist, bekend om Requiem
Maurice Duruflé — Franse componist en organist, meester van koor en orgel. Bekend om zijn sublieme Requiem en zeldzame, zorgvuldig bewaarde oeuvre.
Maurice Duruflé (geboren Louviers, 11 januari 1902; overleden Louveciennes, 16 juni 1986) was een Frans componist en organist. Hij was zeer zelfkritisch en vernietigde alle composities die hij niet echt goed vond. Daarom hebben we nu slechts een klein aantal van zijn werken. Hij schreef koormuziek en muziek voor het orgel. Zijn beroemdste werk is zijn Requiem.
Biografie
Duruflé werd geboren in Louviers en groeide uit tot een van de belangrijkste Franse componisten en organisten van de twintigste eeuw. Hij volgde zijn muzikale opleiding in Frankrijk en vestigde zich later in Parijs, waar hij een groot deel van zijn carrière doorbracht. Zijn vrouw, Marie‑Madeleine Duruflé, was een vaste samenwerkingspartner en ondersteunde hem vaak bij uitvoeringen en opnames.
Loopbaan als organist
Duruflé stond bekend als een begaafd organist met een verfijnde techniek en een grote gevoeligheid voor klankkleur. Hij vervulde lange tijd een vaste positie als kerkorganist in Parijs en verwierf faam door concerten, liturgische diensten en opnames. Zijn werk als uitvoerder beïnvloedde ook zijn compositorische stijl: hij schreef muziek die goed aansluit bij de mogelijkheden en kleuren van het kerkorgel.
Compositiestijl en invloeden
Duruflés stijl combineert een diepe aandacht voor gregoriaanse melodieën met de harmonische rijkdom die men kent van Franse impressionisten en de contrapuntische helderheid van vroegere tradities. Hij gebruikte vaak oude gezangen als grondstof en bewerkte die naar een moderne, doch sobere en plechtige klankwereld. Zijn werken vallen op door technische perfectie, zorgvuldige orkestratie (wanneer hij orkest gebruikte) en een sterke liturgische gevoeligheid.
Belangrijkste werken
- Requiem, Op. 9 (1947) — zijn bekendste en meest uitgevoerde compositie; geschreven voor koor en orgel, met een bewerking voor orkest. Het Requiem baseert zich op gregoriaanse thema's en combineert serene melodievoering met rijke harmonische kleur.
- Prélude et Fugue sur le nom d'Alain — een eerbetoon aan de jonge organist-componist Jehan Alain; exemplarisch voor Duruflés veelzijdigheid als organist en contrapunticus.
- Quatre motets sur des thèmes grégoriens, Op. 10 — a capella motetten die duidelijk Duruflés liturgische en gregoriaanse belangstelling laten horen; geliefd bij koren vanwege hun zuiverheid en geraffineerde harmonie.
- Een klein maar hoogwaardig oeuvre voor orgel en gemengd koor; veel vroege of minder geslaagde werken vernietigde hij zelf.
Nalatenschap en betekenis
Ondanks het beperkte aantal bewaarde werken heeft Duruflé een blijvende invloed op de kerkelijke en orgelmuziek van de twintigste eeuw. Zijn Requiem behoort tot het standaardrepertoire van koren en orgelisten, en zijn muziek wordt gewaardeerd om haar integriteit, technische perfectie en spirituele diepgang. Uitvoeringen en opnames van Duruflés werken blijven populair bij zowel kerkmuzikanten als concertpodia.
Opnames en uitvoeringspraktijk
Duruflé maakte zelf opnames als organist en werkte samen met zijn vrouw bij bepaalde uitvoeringen. Veel hedendaagse organisten en koren zoeken naar een evenwicht tussen sobere liturgische stijl en klankrijkdom bij het uitvoeren van zijn muziek; dat sluit goed aan bij de oorspronkelijke intentie van de componist.
Door zijn veeleisende perfectionisme bleef het corpus klein, maar de kwaliteit van wat bewaard is gebleven zorgt ervoor dat Maurice Duruflé nog steeds hoog gewaardeerd wordt in de wereld van kerk‑ en concertmuziek.

Maurice Duruflé, c.1962
Leven
Duruflé werd geboren in Louviers, Haute-Normandie. In 1912 trad hij toe tot het koor van de kathedraal van Rouen, waar hij piano en orgel studeerde. Op zijn 17e ging hij naar Parijs en kreeg privé-orgelles van Charles Tournemire. Hij werd Tournemire's assistent in de Basilique Ste-Clotilde in Parijs tot 1927. In 1920 ging Duruflé studeren aan het Conservatoire de Paris. Zijn orgelleraar was Eugène Gigout. Bij zijn afstuderen behaalde hij eerste prijzen voor orgel, harmonie, pianobegeleiding en compositie.
In 1929 werd Duruflé organist aan de St. Étienne-du-Mont in Parijs, een baan die hij de rest van zijn leven behield.
In 1939 gaf hij de eerste uitvoering van het Orgelconcert van Francis Poulenc. In 1943 werd hij hoogleraar harmonie aan het Conservatoire de Paris, waar hij tot 1970 werkte. In 1947 schreef Duruflé zijn beroemde Requiem op. 9, voor solisten, koor, orgel en orkest. In hetzelfde jaar werd Marie-Madeleine Chevalier zijn assistent-organiste in St-Étienne-du-Mont. Zij trouwden in 1953, nadat Duruflé van zijn eerste vrouw was gescheiden. Het echtpaar reisde vaak samen om samen orgelconcerten te geven. Ze besteedden altijd vele uren aan het oefenen op de orgels waarop ze moesten optreden, waarbij ze vaak veel oefenden zonder geluid, zodat hun vingers echt gewend waren aan het gevoel van het orgel.
In 1975 raakte Duruflé zwaar gewond bij een auto-ongeluk en moest hij zijn optreden opgeven. Zijn vrouw, die niet zo zwaar gewond was bij het ongeluk, kon nog wel spelen en bleef het orgel bespelen in St-Étienne-du-Mont.
Duruflé overleed in 1986 in Louveciennes (bij Parijs), 84 jaar oud.
Duruflé liet slechts enkele van zijn werken na voor publicatie. Zijn twee belangrijke orgelwerken zijn de Suite, op. 5 met een beroemde Toccata als laatste deel, en zijn Prelude en Fuga sur le nom d'Alain. Zijn Requiem blijft een geliefd werk voor koren. Duruflé's muziek maakt gebruik van het gregoriaans, modale harmonieën en polyfone schriftuur. Hij was een groot bewonderaar van de muziek van Louis Vierne en Charles Tournemire en maakte transcripties van enkele van hun improvisaties.
Zoek in de encyclopedie