Het pijporgel is een klavierinstrument waarbij het geluid wordt gemaakt door lucht door pijpen te blazen. Iemand die het orgel bespeelt, wordt organist genoemd. De organist bespeelt het instrument zowel met de handen als met de voeten. De handen bespelen de klavieren, terwijl de voeten de pedalen bespelen die ook noten maken.

Orgels worden al vele eeuwen gemaakt. Zij worden meestal aangetroffen in plaatsen voor christelijke erediensten zoals kerken en kathedralen, hoewel zij ook kunnen worden aangetroffen in stadhuizen en concertzalen of zelfs grote particuliere huizen. Zeer kleine orgels kunnen "kamerorgels" worden genoemd. Orgels in grote kerken, kathedralen of zalen zijn zeer grote instrumenten, die speciaal zijn gebouwd voor het gebouw waarin zij staan. Ze worden "pijporgels" genoemd om ze te onderscheiden van moderne "elektronische orgels".

Geen twee orgels zijn ooit helemaal hetzelfde, en ze verschillen sterk per land en per historische periode. De informatie hier gaat over orgels uit Europa, Groot-Brittannië en Amerika.