De Agnatha (Grieks = "geen kaken") vormen een superklasse van de gewervelde dieren. Het zijn kaakloze vissen.

De Agnatha als geheel kan parafyletisch zijn. Dit betekent dat het een handige verzamelnaam is, die de regels van de cladistiek niet volgt. Zo behoren de meeste uitgestorven agnatha tot de stamgroep (voorouderlijke groep) van de gnathostomeeën. Maar volgens de regels mag een zustergroep geen voorouders van een andere zustergroep bevatten,

De levende Agnatha (lampreien en slijmprikken) staan bekend als cyclostomen. Recente moleculaire gegevens van rRNA, en van mtDNA, tonen aan dat deze levende agnatha's monofyletisch zijn. Er zijn ongeveer 100 soorten. Hagedissen zijn gewervelde dieren, maar hebben geen wervels. Men neemt aan dat zij hun wervels verloren hebben tijdens hun aanpassingen aan de levenswijze.

De levenswijze van de lamprei (een ectoparasiet op andere vissen) en de slijmprik (een aaseter) betekent dat zij niet typisch zijn voor de fossiele groepen, die vrij zwommen en vaak gepantserd waren.