Port Arthur (Tasmanië) — Strafkolonie, UNESCO-werelderfgoed en geschiedenis

Ontdek Port Arthur (Tasmanië): indrukwekkende strafkolonie en UNESCO‑werelderfgoed vol geschiedenis, verhalen en herinneringen — dé must-see toeristische trekpleister van Tasmanië.

Schrijver: Leandro Alegsa

Port Arthur is een kleine plaats op het Tasmaans schiereiland in Tasmanië, Australië. Het ligt ongeveer 80 km ten zuidoosten van de hoofdstad van de staat, Hobart. De locatie werd in het begin van de 19e eeuw opgericht als strafkolonie (een zeer grote gevangenis voor veroordeelden) en ontwikkelde zich tot één van de kenmerkende voorbeelden van het Australische strafsysteem uit die periode. Tegenwoordig is Port Arthur een van de belangrijkste historische gebieden van Australië en een populaire toeristische bestemming. In 2010 werd het terrein opgenomen op de UNESCO-lijst van werelderfgoederen als onderdeel van de Australische Convict Sites. In 1996 vond hier ook de ergste massamoord uit de moderne Australische geschiedenis plaats; die gebeurtenis heeft blijvende invloed gehad op het nationale debat en beleid rondom vuurwapens.

Geschiedenis en functie van de strafkolonie

Port Arthur werd vanaf circa 1830 gebruikt als een arbeids- en gevangenisplaats voor veroordeelden die van elders in de kolonies werden overgebracht. Het complex speelde een rol in zowel harde arbeid als in pogingen tot hervorming: mannen, vrouwen en kinderen werden er onder strikte bewaking gehuisvest en ingezet voor houtkap, bouw en scheepsbouw. De inrichting bleef in gebruik tot het einde van de negentiende eeuw, waarna veel gebouwen langzaam in verval raakten voordat restauratie- en behoudsprojecten in de twintigste eeuw het erfgoed herstelden.

Belangrijke gebouwen en onderdelen

Het historische terrein omvat overblijfselen van uiteenlopende gebouwen en structuren die samen een beeld geven van het leven in de strafkolonie. Tot de belangrijkste onderdelen horen onder andere:

  • De penitentiary en Separate Prison — gebouwen die de gevangenisfuncties en het systeem van afzondering en discipline tonen.
  • Het kerkgebouw — dat zowel religieuze als sociale functies vervulde voor bewoners en personeel.
  • Point Puer — de (voormalige) jongensgevangenis en hervormingsinrichting, een van de eerste instellingen in het Britse rijk gericht op jeugdige veroordeelden.
  • Isle of the Dead — het kerkhof dat gebruikt werd als begraafplaats voor gevangenen, personeel en hun families.
  • De natuurlijke ligging en verdediging — de smalle landengte bij Eaglehawk Neck en de beroemde 'dog line' illustreerden de fysieke maatregelen tegen ontsnappingen.

Archeologie, onderzoek en UNESCO-waarde

Port Arthur wordt wetenschappelijk en historisch gewaardeerd omdat het laat zien hoe het strafsysteem in Australië was georganiseerd, inclusief gedwongen arbeid en geïnstitutionaliseerde discipline. Als onderdeel van de Australische Convict Sites draagt het bij aan het verhaal van gedwongen migratie van Europese veroordeelden naar Australië en de impact daarvan op het landschap en de inheemse bevolking. Archeologisch en historisch onderzoek op het terrein heeft veel informatie opgeleverd over bouwtechnieken, leefomstandigheden en de dagelijkse praktijk binnen de kolonie.

1996 — de Port Arthur-aanslag en nasleep

Op 28 april 1996 vond in en rond Port Arthur een schietpartij plaats waarbij 35 mensen om het leven kwamen en tientallen gewond raakten. Deze gebeurtenis — bekend als de Port Arthur-massamoord — schokte Australië diep en leidde tot ingrijpende veranderingen in het nationale wapenbeleid, waaronder strengere regelgeving en een grootschalige inkoopregeling voor vuurwapens. Op en rond het historische terrein zijn sindsdien herdenkingsplekken en een gedenktuin aangelegd om slachtoffers te herdenken en aandacht te vragen voor de impact van het geweld.

Toerisme, interpretatie en behoud

Tegenwoordig is Port Arthur een belangrijke toeristische attractie in Tasmanië. Bezoekers kunnen rondleidingen volgen, delen van de site zelf verkennen, boottochten maken naar de Isle of the Dead en tentoonstellingen over het leven in de strafkolonie bezoeken. Beheerorganisaties combineren behoudswerk met educatie om zowel de materiële resten als de verhalen van gevangenen, personeel en lokale gemeenschappen levend te houden. Het gebied trekt jaarlijks vele tienduizenden toeristen en vormt een belangrijk element in het culturele erfgoed van Tasmanië.

Bevolking: Bij de volkstelling van 2006 telden Port Arthur en omgeving 499 inwoners. Tegenwoordig bestaat de gemeenschap uit een aantal permanente bewoners en veel mensen die in het toerisme en erfgoedbeheer werken of verbonden zijn aan de instandhouding van het terrein.

Geschiedenis

Australië's grootste strafkolonie

Port Arthur is genoemd naar de luitenant-gouverneur van Van Diemen's Land, George Arthur. Het begon als een plaats om hout te kappen uit de bossen in 1830. Het is vooral bekend omdat het een strafkolonie was. Van 1833 tot 1853 werden criminelen uit het Verenigd Koninkrijk en Ierland als veroordeelden naar Port Arthur gestuurd. De gevangenen werden op het schip beziggehouden met baantjes als het bouwen van de gevangenis, schoenmaken, smeden, hout- en steenmaken. In de jaren 1840 waren er meer dan 1100 gevangenen. In 1842 bouwden de gevangenen een ziekenhuis en een grote meelmolen en graanopslagplaats. In de tijd dat het gebouwd werd, was dit het grootste gebouw in Australië. Dit werd later omgebouwd tot een cellenblok. Na 1853 werden veroordeelden uit andere gevangenissen in Australië naar Port Arthur gestuurd als ze meer misdaden begingen of zich niet goed zouden gedragen.

In 1864 begon men met de bouw van het gesticht voor de gevangenen die krankzinnig waren geworden. In de jaren 1860 en 1870 waren de gevangenen te oud, te ziek of te krankzinnig om te blijven werken. De gevangenis sloot in 1877.

Jarenlang konden onderzoekers er niet achter komen of de fossielen die in Port Arthur werden ontdekt, overblijfselen waren uit het dinosaurustijdperk of niet.

De Aparte Gevangenis

Port Arthur heeft het beste voorbeeld van een "Afzonderlijke Gevangenis" systeem. Dit systeem is begonnen in de Pentonville gevangenis in Londen. De Aparte Gevangenis (soms ook Model Gevangenis genoemd) werd in 1848 in gebruik genomen, in 1853 voltooid en in 1855 nog groter gemaakt. Het heeft 80 gevangeniscellen, gebouwd in de vorm van een kruis. In het midden is een hal en een kapel. Tussen de armen van het kruis zijn exercitieterreinen aangelegd. Het Separate systeem was een verandering in de manier waarop gevangenen werden behandeld. In plaats van lichamelijke straffen gebruikte het systeem psychologische (geestes)straffen. Men dacht dat fysieke straffen, zoals zweepslagen, gevangenen alleen maar slechter maakten. Het veranderde slechte mensen niet in goede mensen. In de Afzonderlijke gevangenis gebruikten ze het "Stille Systeem". Gevangenen droegen een kap over hun hoofd. Ze mochten niet praten of lawaai maken. De bewakers droegen speciale schoenen en liepen op matten zodat ze geen lawaai maakten. Zelfs in de kapel werd elke gevangene in een aparte houten kist opgesloten, waar hij alleen het altaar kon zien. De gevangenen werden geacht de rust te gebruiken om na te denken over de slechte dingen die ze hadden gedaan. Port Arthur werd gezien als de beste gevangenis van Australië.

Een onontkoombare gevangenis

Port Arthur was een natuurlijke gevangenis. Het ligt op het schiereiland Tasman, dat bijna volledig door de zee is omgeven. Het is met de rest van Tasmanië verbonden door een smal stukje land van ongeveer 30 meter breed. Dit heet Eaglehawk Neck. De Neck had een omheining, gevangenisbewakers en wilde honden om te voorkomen dat gevangenen zouden vertrekken. Er was geen contact tussen bezoekende zeelieden en gevangenen. Schepen moesten de bewakers bij aankomst hun zeilen en roeispanen geven om te voorkomen dat mensen zonder toestemming zouden vertrekken. Er werd ook een semafoor berichtensysteem opgezet tussen Port Arthur en Hobart. Berichten konden in slechts 15 minuten worden verzonden.

Er werd gezegd dat ontsnappen uit Port Arthur onmogelijk was, zoals Alcatraz Island in de Verenigde Staten. Sommige gevangenen probeerden te ontsnappen. Eén gevangene, George "Billy" Hunt, bedekte zich met een kangoeroehuid en probeerde over de Neck te komen. De hongerige bewakers van dienst probeerden hem neer te schieten om een extra maaltijd te verdienen. Toen hij zag dat ze hun geweren richtten, gaf Hunt zichzelf over. Hij werd 150 keer gegeseld. Bushranger Martin Cash wist samen met twee anderen te ontsnappen.

De Jongensgevangenis

De eerste jongensgevangenis van het Britse Rijk werd gebouwd op Point Puer, 3 km over Opossum Bay van Port Arthur. Puer is het Latijnse woord voor jongen. Het was voor jonge jongens, sommigen nog maar 9 jaar oud, zoals James Lynch, gearresteerd voor het stelen van speelgoed. De jongens werden uit de buurt van het hoofdgevangenen gebied gehouden. Ongeveer 3.500 jongens werden naar Point Puer gestuurd. Net als de volwassenen kregen de jongens zwaar werk, zoals steenhouwen en bouwen. Er was ook een school, geleid door 2 ex-gevangenen. Een gevangene was James Gavagan. Toen hij 11 was stal hij een paar paraplu's. Hij werd voor 7 jaar naar Tasmanië gestuurd. Hij kwam aan in Point Puer in 1835. Toen hij 17 werd, werd hij naar de hoofdgevangenis in Port Arthur gestuurd. Hij werd vrijgelaten in maart 1842. Er zijn nog maar een paar stenen over die de plaats van de jongensgevangenis markeren. Opgraving in Point Puer

De Kerk

De veroordeelden bouwden een van de eerste niet-confessionele kerken van Australië, gebouwd in een gotische stijl. Alle gevangenen moesten elke zondag naar de kerk. Mensen die niet van het nieuwe gevangenissysteem hielden, zeiden dat dit van de gevangenen geen goede mensen leek te maken.

Eiland van de Doden

Port Arthur werd gezien als een veel betere gevangenis, en zou van de veroordeelden betere mensen maken. Maar het leven in Port Arthur was net zo hard en wreed als in andere strafkolonies. Sommige critici zouden zelfs kunnen zeggen dat het gebruik van psychologische straffen, samen met het ontbreken van hoop op ontsnapping, het tot één van de ergste maakte. Sommige verhalen vertellen dat gevangenen anderen vermoordden om uit de gevangenis te ontsnappen. Moord zou met de dood worden bestraft. Isle of the Dead is een klein eiland in de baai bij Port Arthur. Iedereen die in de strafkolonie stierf, werd op het eiland begraven. Er zijn 1646 graven op het eiland, maar slechts 180, voornamelijk die van het gevangenispersoneel, hebben een grafsteen.

Veroordeelden Spoorlijn

De eerste spoorweg in Australië was een door mensen aangedreven spoorweg in Port Arthur. De spoorweg werd aangelegd in 1836. De spoorlijn liep van het strand van Taranna, Tasmanië, 7 km naar Port Arthur. Hij vervoerde zowel mensen als voorraden. Het betekende dat schepen uit Hobart in kalm water konden lossen en niet om Kaap Raoul heen door ruwe zee naar Port Arthur hoefden te varen. De wagon werd door 4 veroordeelden over de rails geduwd. Van de spoorweg is weinig bewaard gebleven. De Staatsbibliotheek van Victoria heeft een tekening van de convictspoorweg. [1]

Veroordeelden voor Toeristen

Toen de strafkolonie in 1877 werd gesloten, werd het gebied omgedoopt tot "Carnavon". In de jaren 1880 werd het verkocht en ontstond er een kleine stad. Veel gebouwen werden afgebroken en de bakstenen werden naar Hobart gestuurd om er nieuwe gebouwen van te maken. In 1895 en 1897 brandden het gebied af en verwoestten veel van de oude gevangenisgebouwen. Sommige gebouwen werden veranderd voor de nieuwe stad om er een postkantoor en gemeentehuis van te maken.

Het toerisme begon zodra de gevangenis sloot. Dit bracht geld naar de nieuwe stad. Sommige van de oude veroordeelden gaven rondleidingen door de gevangenis. In 1927 was het toerisme zo gegroeid dat de naam van het gebied weer werd veranderd in Port Arthur. In 1916 werd de Scenery Preservation Board (SPB) opgericht, die zich over het Port Arthur-terrein ontfermde. In de jaren 1970 nam de National Parks and Wildlife Service het terrein over.

In 1979 gaf de regering geld om de plaats te beschermen als toeristisch gebied, vanwege het historisch belang. Het postkantoor en het stadhuis van Port Arthur werden verplaatst naar het nabijgelegen Nubeena. Verschillende grote zandstenen gebouwen, gebouwd door veroordeelden, werden gesaneerd. Deze gebouwen omvatten de Afzonderlijke Gevangenis, de Ronde Toren, de kerk, en de overblijfselen van het hoofdgevangenisgebouw. De gebouwen zijn omgeven door groen gras.

De massagraven op het eiland van de doden trekken ook bezoekers aan. De lucht op het kleine, met struiken bedekte eiland wordt door bezoekers omschreven als droevig en vredig.

Toeristen kunnen zelf in het gebied rondlopen, of een rondleiding krijgen. Er zijn ook 's avonds laat 'spookrondleidingen'. Er is een museum, met geschreven documenten, gereedschap, kleding en andere interessante dingen uit de tijd van de veroordeelden.

Sinds 1987 wordt de site beheerd door de Port Arthur Historic Site Management Authority, betaald door de Tasmaanse regering.

Hoofdgevangenis gebied, Port ArthurZoom
Hoofdgevangenis gebied, Port Arthur

Binnen in de aparte gevangenis, Port Arthur, TasmaniëZoom
Binnen in de aparte gevangenis, Port Arthur, Tasmanië

Een ansichtkaart met een ploeg veroordeelden die een boerderij ploegen in Port Arthur. Gedateerd 1926.Zoom
Een ansichtkaart met een ploeg veroordeelden die een boerderij ploegen in Port Arthur. Gedateerd 1926.

Punt Puer links, Isle of the Dead in het midden, en de hoofdgevangenis linksbovenZoom
Punt Puer links, Isle of the Dead in het midden, en de hoofdgevangenis linksboven

De kerk van Port ArthurZoom
De kerk van Port Arthur

Grafsteen op het eiland van de dodenZoom
Grafsteen op het eiland van de doden

Bloedbad

Op 28 april 1996 vermoordde Martin Bryant 35 mensen en verwondde 37 anderen in Port Arthur. Hij werd gevangen genomen door de politie. Dit wordt nu het bloedbad van Port Arthur genoemd. Dit leidde tot een nationaal verbod op semi-automatische jachtgeweren en geweren. Er werd ook een verband gelegd tussen Port Arthur en Dunblane, een Schotse stad waar dat jaar ook een schietpartij plaatsvond.



Zoek in de encyclopedie
AlegsaOnline.com - 2020 / 2025 - License CC3