De Ainu-taal is de taal van het Ainu-volk in het noorden van Japan. Het werd pas in de 19e eeuw geschreven. Sindsdien wordt ze geschreven in katakana of het Latijnse alfabet.

In de 19e eeuw werd Ainu gesproken in Ezo (inclusief het eiland Hokkaidō en het zuidelijke deel van de Chishima-eilanden), het zuidelijke deel van Karapto (Sachalin) en het noordelijke deel van de Chishima-eilanden (Kuril-eilanden). Nu wordt het alleen nog gesproken in Hokkaidō.

Ainu hadden vele dialecten, waaronder Chitose, Saru, en Karapto. Nu is alleen het Hokkaidō-dialect nog over. De dialecten verschilden zo sterk van elkaar dat een spreker van het ene dialect een spreker van een ander dialect niet kon verstaan.

Historisch leefden de sprekers van het Ainu in de nabijheid van sprekers van het Japans en het Itelmen (uit Kamtsjatka). Het Nivkh, dat in het noordelijk deel van Sachalin werd gesproken, is een andere geïsoleerde taal.