Het cytoskelet is een soort steiger die in alle cellen aanwezig is. Het is gemaakt van eiwitten.
Het houdt de celvorm in stand, beschermt de cel en stelt cellen in staat zich te verplaatsen (met behulp van structuren zoals flagellen en trilharen). Het helpt bij het transport binnen het cytoplasma (de beweging van blaasjes en organellen bijvoorbeeld) en bij de celdeling. Het concept en de term (cytosquelette, in het Frans) werden geïntroduceerd door de Franse embryoloog Paul Wintrebert in 1931.
Eukaryote cellen bevatten drie hoofdsoorten cytoskeletfilamenten, namelijk microfilamenten (actinefilamenten), intermediaire filamenten en microtubuli. Zij geven de cel structuur en vorm. De cytoskeletelementen interageren nauw en vaak met het celmembraan en het endoplasmatisch reticulum.

