Allegro is een tempoaanduiding voor klassieke muziek. Het zegt dat de muziek gematigd snel gespeeld moet worden. In het begin werd het ook gebruikt om het karakter van een stuk aan te geven, maar sinds de 18e eeuw wordt het vooral gebruikt voor de snelheid. Het is sneller dan Andante, maar langzamer dan Presto. Soms wordt de term vertaald: Componisten als Claude Debussy en Maurice Ravel gebruikten het woord vite, Gustav Mahler schreef Rasch, en Benjamin Britten schreef Quickly. De meeste mensen zeggen dat een stuk dat allegro wordt gespeeld over het algemeen moet worden gespeeld met een snelheid tussen 120 en 168 slagen per minuut.
Soms wordt Allegro gebruikt in de titel van muziekstukken, bijvoorbeeld het Allegro barbaro van Bela Bartok.