De Elizabethaanse godsdienstregeling was Elizabeth I's antwoord op de godsdiensttwisten die ontstonden tijdens de regeerperiodes van Hendrik VIII, Edward VI en Mary I.
Dit antwoord werd gegeven in twee wetten van het Parlement van Engeland. De Act of Supremacy van 1559 bevestigde de onafhankelijkheid van de Engelse kerk van Rome. De Act of Uniformity van 1559 besliste over de vorm van de Engelse kerk.
Vaak werd het gezien als het einde van de Engelse Reformatie en de stichting van het Anglicanisme. Maar sommige historici denken dat Engeland pas vele jaren later op het niveau van de bevolking een protestantse natie werd. Er schijnt nog lange tijd grote verdeeldheid te zijn geweest onder de bevolking en onder de geestelijkheid.
Belangrijkste onderdelen van de regeling
- Act of Supremacy (1559): stelde de vorstin opnieuw aan het hoofd van de nationale kerk, nu met de titel Supreme Governor in plaats van de oudere formuleringen. De wet herstelde de koninklijke onafhankelijkheid van de pauselijke autoriteit en legde een eed op aan geestelijken en ambtsdragers om de vorstin als hoogste gezag te erkennen.
- Act of Uniformity (1559): verplichtte het gebruik van één liturgie voor de Kerk van Engeland; de wet maakte gebruik van een herziene versie van de Book of Common Prayer (1559) die elementen uit eerdere edities combineerde. De aanwezigheid bij erediensten werd wettelijk verplicht en bij afwezigheid konden sancties volgen (boetes en andere civielrechtelijke maatregelen).
Doel en uitgangspunt
Elizabeth en haar adviseurs streefden naar een via media – een gematigde middenweg tussen rooms-katholieke tradities en protestantse hervormingsideeën. De regeling probeerde:
- het episcopaat (bisschoppelijk bestuur) te handhaven zodat continuïteit in bestuurlijke structuur bleef;
- doctrinale formuleringen bewust enigszins vaag te houden om zo veel mogelijk geloofsgenoten met verschillende opvattingen te verenigen;
- rituelen en kledingvoorschriften zoveel mogelijk te regelen om orde in de eredienst te brengen, maar zonder sommige traditionele gebruiken volledig af te schaffen.
Handhaving en reacties
De handhaving van de Settlement gebeurde via kerkelijke commissies, visitaties en civiele sancties. Reacties waren verdeeld:
- Gematigde katholieken konden in eerste instantie vaak meewerken als privé-overtuigingen werden gedoogd, maar veel katholieken bleven wantrouwig en sommige kozen voor recusantie (weigering om de Anglicaanse eredienst bij te wonen).
- Radicale protestanten (zoals latere puriteinen) vonden de regeling te veel continuïteit met katholieke gebruiken en drongen aan op diepgaander hervormingen.
- Internationale ontwikkelingen, zoals de pauselijke veroordeling van Elizabeth (de bul Regnans in Excelsis, 1570), verscherpten de spanningen en vergrootten argwaan tegen katholieken in Engeland.
Gevolgen en betekenis
De Elizabethaanse Settlement legde de institutionele basis voor de Kerk van Engeland en wordt vaak gezien als het formaliseren van het Anglicanisme. Belangrijke langere termijngevolgen:
- de nationale kerk bleef een statelijke instelling met de monarch als hoofd;
- de tekstuele en liturgische standaardisering versterkte de herkenbaarheid van de kerkdiensten;
- desondanks bleef religieuze verdeeldheid bestaan: recusantie, puriteinse kritiek en politieke-religieuze conflicten zouden in de volgende decennia voortduren en uiteindelijk bijdragen aan grotere politieke crises in de zeventiende eeuw.
Historische interpretatie
Historici beoordelen de regeling op verschillende manieren. Sommigen benadrukken de succesvolle institutionele hervorming en de stabiliserende werking voor Engeland na een periode van religieuze omwenteling. Anderen wijzen erop dat de verandering op het niveau van de bevolking geleidelijk verliep: tolerantie, drukkingen en oppositie hielden de religieuze verdeeldheid nog lang in stand.
Samenvattend vormde de Elizabethaanse godsdienstregeling een bewuste poging tot compromis: ze schiep een wettelijke en liturgische basis voor een nationale kerk, maar liet ruimte voor spanningen die de Engelse samenleving en politiek ook in de decennia daarna zouden blijven beïnvloeden.