In het boek Genesis is Eva de eerste vrouw ter wereld, door God geschapen als vrouw van Adam. Eva wordt in de hof van Eden geplaatst en mag alle vruchten eten behalve de vrucht van de Boom van Kennis van Goed en Kwaad, want als ze die eet, zal ze sterven. Een slang overtuigt haar om er toch van te eten. Ze geeft het dan aan haar man die er ook van eet. Dan realiseren zij zich dat zij naakt zijn. Een engel wordt dan gezonden om haar en Adam uit de tuin te verbannen, zodat zij niet van de vrucht van de Boom des Levens kunnen eten en eeuwig leven. God geeft hen kleren en zegt dat Eva de moeder van alle mensen zal worden en zeer gerespecteerd zal worden, maar dat haar man over haar zal heersen. Eva baart een zoon en ze noemt hem Kaïn. Daarna baart zij een tweede zoon, Abel genaamd.