De protestantse reformatie was een ingrijpende reeks religieuze, culturele en politieke gebeurtenissen in de 16e eeuw binnen de christelijke wereld. Door wijdverspreide misstanden binnen de pauselijke en lokale kerkelijke structuren — zoals verkoop van aflaten, simonie, nalatigheid van geestelijken en gebrek aan pastorale opleiding — groeide bij velen het besef dat fundamentele veranderingen nodig waren. Humanisten zoals Erasmus, hervormers als Huldrych Zwingli, Maarten Luther en Johannes Calvijn bekritiseerden praktijken en leerstellingen van de Kerk en droegen bij aan een beweging die uiteindelijk leidde tot een blijvende splitsing: naast de katholieken ontstonden diverse protestantse kerken. De protestantse reformatie riep ook de katholieke Contrareformatie op het toneel.
Achtergrond en directe oorzaken
Belangrijke oorzaken van de reformatie waren zowel religieus als sociaal-politiek:
Belangrijke gebeurtenissen en personen
De gebruikelijke startdatum van de reformatie is 1517, toen Maarten Luther zijn Vijfennegentig stellingen in Wittenberg publiceerde. Dit protest tegen de aflatenhandel en andere praktijken gaf aanleiding tot brede discussie, vertalingen en boeken die zich snel over Europa verspreidden. Andere sleutelfiguren waren onder meer Huldrych Zwingli in Zwitserland en Johannes Calvijn in Genève, die de protestantse theologie verder uitwerkten. Invloeden en voorlopers zoals John Wycliffe en William Tyndale droegen via vroege Bijbelvertalingen bij aan de ontwikkeling van nationale kerken: veel van William Tyndale's werk werd later gebruikt in de King James versie van de Bijbel; John Wycliffe en anderen legden al eerder de nadruk op directe toegang tot de Schrift.
Theologische kernpunten
Veel protestantse stromingen deelden enkele centrale leerstellingen waarmee ze zich van Rome onderscheidden:
Politieke en sociale gevolgen
De reformatie had diepgaande maatschappelijke gevolgen. In veel landen leidde de verspreiding van protestantse ideeën tot conflicten en oorlogen tussen katholieke en protestantse machten. Bekende conflicten zijn de Dertigjarige Oorlog (1618–1648) en de Tachtigjarige Oorlog (de Nederlandse Opstand, 1568–1648). Deze conflicten waren niet alleen religieus van aard: religie was vaak verbonden met politieke soevereiniteit, dynastieke belangen en regionale macht. Belangrijke verdragen zoals de Vrede van Augsburg (1555) en later de Vrede van Westfalen (1648) regelden de verhouding tussen geloof en politiek in Europa en bevestigden in praktijk het idee dat vorsten in belangrijke mate de religie binnen hun territorium konden bepalen (cuius regio, eius religio).
Drukpers, vertalingen en cultuur
De nieuwe communicatietechnologie van de drukpers maakte het mogelijk religieuze teksten snel en goedkoop te verspreiden. Er kwam een sterke nadruk op het lezen van de Bijbel in de eigen taal: Luther vertaalde de Bijbel in het Duits en er was veel werk van vertalers als John Wycliffe en William Tyndale in het Engels. Dit stimuleerde alfabetisering, onderwijs en de ontwikkeling van nationale talen en literatuur. Kerkmuziek, catechese en lokale liturgieën veranderden eveneens — in veel protestantse gebieden werd eenvoudiger kerkinterieur en afkeer van religieuze beelden (iconoclasme) zichtbaar.
Contrareformatie en lange-termijneffecten
Als reactie op het protestantse succes startte de katholieke Kerk haar eigen hervormingsproces: de Contrareformatie. Belangrijke onderdelen waren het Concilie van Trente (1545–1563), interne hervormingen, de opkomst van nieuwe ordes zoals de jezuïeten, en strengere handhaving tegen ketterij. In de lange termijn leidde de reformatie tot:
Slotopmerkingen
De Protestantse Reformatie was geen eenduidige beweging maar een reeks uiteenlopende hervormingsbewegingen met uiteenlopende doelen en resultaten. Haar invloed op religie, politiek, cultuur en samenleving is groot en vormt een belangrijk keerpunt in de geschiedenis van Europa en daarbuiten.

