Enterococcus is een geslacht van melkzuurbacteriën van het phylum Firmicutes.
Enterococcen zijn Gram-positieve cocci die vaak in paren of korte ketens voorkomen. Ze lijken op streptokokken. Twee soorten zijn reguliere darmflora-organismen in de darmen van de mens: E. faecalis (90-95%) en E. faecium (5-10%).
Kernmerken
- Vorm en groeikenmerken: Gram-positieve cocci, meestal in paren (diplococci) of korte ketens. Niet-sporulend.
- Metabole eigenschappen: facultatief anaeroob; veel soorten zijn bile esculin-positief en kunnen groeien in hoge zoutconcentraties (bijv. 6,5% NaCl).
- Biochemie: katalase-negatief (in tegenstelling tot stafylokokken); hydrolyseren vaak esculine in aanwezigheid van gal.
- Omgevingsweerstand: tolereren zure en zoute omstandigheden en kunnen langere tijd in de omgeving overleven, waardoor ze persistent zijn in ziekenhuishuishoudingen.
Belangrijke soorten
- E. faecalis — de meest voorkomende soort in de menselijke darm; vaak betrokken bij urineweginfecties, endocarditis en wondinfecties.
- E. faecium — minder frequent in gezonde darmen maar belangrijk als ziekenhuispathogeen, vooral vanwege frequent aanwezige resistentie.
- Andere soorten: E. durans, E. hirae, E. gallinarum, E. casseliflavus, waarvan sommigen bij dieren voorkomen of opportunistisch bij mensen.
Rol in de darmflora
Enterococcen zijn normale commensalen van het menselijk maagdarmkanaal. Hun rol omvat:
- Kolonisatie en ecologie: ze maken deel uit van de complexe darmmicrobiota en dragen bij aan het ecosysteem door competitie met andere micro-organismen.
- Kolonisatie-resistentie: in een gezonde darm helpen ze mee om pathogene soorten op afstand te houden; na antibioticagebruik kunnen enterococcen echter overgroeien.
- Voedings- en fermentatierollen: sommige enterococcen dragen bij aan de rijping en smaakontwikkeling in bepaalde kazen en gefermenteerde producten, maar hun aanwezigheid in levensmiddelen vereist zorgvuldige beoordeling vanwege mogelijke risico’s.
Klinische betekenis en pathologie
Hoewel veel enterococcen commensaal zijn, kunnen ze opportunistisch pathogeen worden, vooral bij verzwakte patiënten of na verstoring van de microbiota:
- Veelvoorkomende infecties: urineweginfecties, bacteriëmie, endocarditis, intra-abdominale en wondinfecties.
- Risicofactoren: ziekenhuisopname, langdurig antibioticagebruik, intraveneuze katheters, chirurgie en immuunsuppressie.
- Nosocomiale problemen: enterococcen, met name resistente stammen, veroorzaken vaak uitbraken in zorginstellingen.
Antibioticaresistentie
- Intrinsieke resistentie: enterococcen zijn van nature minder gevoelig voor veel antibiotica (bijv. cephalosporinen).
- Verworven resistentie: hoge niveaus van aminoglycoside-resistentie en verworven resistentie tegen glycopeptiden (vancomycine-resistente enterococcen, VRE) vormen een groot probleem.
- Genetische mechanismen: weerstand kan door draaggenen zoals vanA en vanB worden overgedragen tussen stammen en soms naar andere geslachten, wat behandeling bemoeilijkt.
- Therapeutische opties bij VRE: linezolid, daptomycine, tigecycline en andere middelen kunnen worden ingezet afhankelijk van gevoeligheid en infectietype.
Diagnostiek en detectie
- Cultuur op selectieve media (bijv. bile esculin azide agar) en groeiproeven (6,5% NaCl).
- Biochemische identificatie, MALDI-TOF MS of moleculaire technieken voor soortbepaling.
- PCR en sequentiebepaling voor detectie van resistentiegenen (zoals van-genen).
Preventie en beheersing
- Infectiepreventie: strikte handhygiëne, contactisolatie bij gekende VRE-dragers en goede ontsmetting van milieu en apparatuur.
- Antibiotic stewardship: terughoudend en doelgericht gebruik van antibiotica om selectie van resistente stammen te beperken.
- Surveillance: monitoring in ziekenhuizen om verspreiding vroegtijdig te signaleren.
Samenvatting
Enterococcus is een veelzijdig geslacht: normaal onderdeel van de darmflora maar met aanzienlijke klinische relevantie door opportunistische infecties en toenemende antibioticaresistentie. Begrip van hun eigenschappen, detectiemethoden en beheersmaatregelen is belangrijk voor zowel volksgezondheid als patiëntenzorg.