AlbertEinstein vond een formule die kan aangeven hoeveel energie een bepaalde hoeveelheid van iets heeft, of het nu materie of antimaterie is. Deze formule is E = m c 2 {\displaystyle E=mc^{2}}
en is een van de bekendste vergelijkingen. Eenvoudig gezegd, als je de massa van iets neemt en die vermenigvuldigt met de lichtsnelheid, en dan nog eens vermenigvuldigt met de lichtsnelheid, dan krijg je hoeveel zuivere energie een gegeven stuk van iets heeft. Aangezien de lichtsnelheid zo'n groot getal is, betekent dit dat zelfs een kleine hoeveelheid materie heel veel energie kan hebben (naar schatting is dit per massa 4 keer zo effectief als kernsplitsing).
In 1928 was de natuurkundige Paul Dirac op zoek naar een vergelijking die zou voorspellen hoe zeer snelle deeltjes zich zouden moeten gedragen. Er was al een andere vergelijking die langzaam bewegende deeltjes kon beschrijven, de Schrödingervergelijking, maar Einsteins speciale relativiteitstheorie zei dat snelle deeltjes heel anders konden zijn dan langzame deeltjes. Dirac wist dat deeltjes zoals elektronen gewoonlijk zeer snel bewogen. Hij realiseerde zich dat de oude vergelijking geen goede voorspellingen zou doen voor snelle deeltjes. Dus bedacht hij een nieuwe vergelijking die deeltjes kon beschrijven die zich dicht bij de lichtsnelheid bewogen.
Voor snelle deeltjes is het niet langer waar dat de energie E = m c 2 {\displaystyle E=mc^{2}}
. In plaats daarvan werkte Dirac's nieuwe vergelijking voor deeltjes waarbij de energie gegeven werd door E 2 = m 2 c 4 + p → 2 c 2 {\displaystyle E^{2}=m^{2}c^{4}+{\c {p}}^{2}c^{2}}
. In de nieuwe vergelijking voor energie wordt het symbool p → {\displaystyle {\vec {p}}}
het momentum genoemd, en het geeft aan hoe snel het deeltje gaat en hoe moeilijk het is om te stoppen. Deze vergelijking zegt dat zeer snelle deeltjes meer energie hebben en dus anders zijn dan langzame deeltjes. Je kunt de vierkantswortel nemen van elke zijde van deze vergelijking, aangezien beide zijden gelijk zijn. Elke reele vierkantswortel heeft echter twee antwoorden, E = + m 2 c 4 + p → 2 c 2 {\displaystyle E=+{\sqrt {m^{2}c^{4}+{\vec {p}^{2}c^{2}}}}
en E = - m 2 c 4 + p → 2 c 2 {\displaystyle E=-{\sqrt {m^{2}c^{4}+{\vec {p}^{2}c^{2}}}}
. Je kunt het antwoord met negatieve energie zien als antimaterie.
De reden dat dit belangrijk is om antimaterie te begrijpen, is dat wetenschappers hebben ontdekt dat wanneer materie en antimaterie elkaar raken, de hoeveelheid energie die vrijkomt heel dicht in de buurt komt van de hoeveelheid energie E = m c 2 {Displaystyle E=mc^{2}}
die volgens wetenschappers in die twee deeltjes samen zou moeten zitten. De reden hiervoor is dat elk materiedeeltje, wanneer het zijn antideeltje in de antimaterie wereld raakt, beide in pure energie veranderen, of elkaar vernietigen. Dit vrijkomen van zo'n grote hoeveelheid energie is de reden waarom veel science fiction schrijvers antimaterie gebruiken als brandstof in hun verhalen. Auteur Dan Brown bijvoorbeeld gebruikt antimaterie in "Angels and Demons" als een zeer krachtig wapen. Er wordt ook gekeken naar antimaterie als brandstof voor toekomstige echte missies naar de ruimte.