In calculus is een integraal in de basis de limiet van de som van heel veel heel kleine stukjes en geeft die limiet vaak de ruimte of oppervlakte onder een grafiek van een functie. Er bestaan twee veelgebruikte soorten integralen: de onbepaalde integraal (een familie antiderivaten) en de bepaalde integraal (een getalwaarde die bijvoorbeeld de oppervlakte tussen twee grenzen uitdrukt). Een integraal is nauw verwant aan de afgeleide: integratie zoekt (indien mogelijk) een functie waarvan de afgeleide de gegeven functie is — zo is integratie het omgekeerde van differentiëren en levert het antiderivaten op.
Notatie en historisch symbool
Het gebruikelijke symbool voor integratie is ∫. Dit teken werd door Gottfried Wilhelm Leibniz geïntroduceerd als een gestileerde lange s (van het Latijnse summa, som). In de notatie voor een bepaalde integraal schrijft men meestal
∫ab f(x) dx,
waar a en b de onder- en bovengrens zijn, f(x) de integrand en dx aangeeft dat wordt geïntegreerd naar de variabele x.
Riemann-sommen (intuïtie en definitie)
Een manier om een integraal te begrijpen is via Riemann-sommen. Verdeel het interval [a,b] in vele kleine deelintervallen, kies in elk interval een representatief punt xi en bouw rechthoekjes met breedte Δxi en hoogte f(xi). Tel de oppervlakten van al die rechthoekjes op:
Σ f(xi) Δxi. Als de grootste Δxi naar 0 gaat en de som convergeert, is de limiet precies de bepaalde integraal ∫ab f(x) dx. Deze procedé formaliseert het idee van "oneindig veel hele dunne plakjes bij elkaar optellen".
In praktische voorbeelden — bijvoorbeeld het berekenen van afstand uit snelheid — verdeel je de snelheidsgrafiek in kleine tijdintervallen en tel je afstandsveranderingen bij elkaar op. Als de snelheid in één punt wordt gegeven als
(distance/time)... ,
en je wilt een antwoord met alleen afstand, dan integreer je ten opzichte van de tijd. Met kleine tijdstapjes Δt is de afstand in dat stapje snelheid×Δt, en in de limiet Δt → 0 krijg je , oftewel afstand.
De fundamentele stelling van de calculus
De relatie tussen afgeleiden en integralen wordt precies gegeven door de Fundamentele Stelling van de Calculus, die uit twee onderdelen bestaat:
- Deel 1 (differentiatie van de integraalfunctie): Als g(x) = ∫ax f(t) dt en f continu is, dan is g'(x) = f(x). Met andere woorden: differentiëren en integreren zijn elkaars omgekeerde (in deze zin).
- Deel 2 (berekenen van bepaalde integralen): Als F een antiderivaat is van f (dus F'(x)=f(x)), dan geldt ∫ab f(x) dx = F(b) − F(a). Dit maakt het mogelijk om veel bepaalde integralen exact te berekenen via antiderivaten.
Voorbeelden en toepassingen
Integratie komt in veel takken van wetenschap en techniek voor. Enkele belangrijke toepassingen:
- Oppervlakte onder een kromme: De klassieke interpretatie: ∫ab f(x) dx geeft de (georiënteerde) oppervlakte tussen de grafiek y=f(x), de x-as en de verticale lijnen x=a en x=b. Als f negatief is worden stukken onder de x-as negatief meegeteld.
- Afstand uit snelheid: Als v(t) de snelheid is, dan is de afgelegde afstand tussen t=a en t=b gegeven door ∫ab v(t) dt (zoals hierboven geïllustreerd met de eenheden (afstandstijd)).
- Volume van lichamen: Met integralen kun je volumes bepalen door dwarsdoorsneden (schijven, ringen) of via shells. Door tweedimensionale plakjes van een lichaam "oneindig" samen te voegen ontstaat een driedimensionaal volume.
- Arbeid en energie: Arbeid als integraal van kracht langs een verplaatsing: W = ∫ F·ds. Ook in thermodynamica en elektrodynamica spelen integralen een grote rol.
- Kansrekening en statistiek: Continue kansverdelingen gebruiken integralen om kansen, verwachtingswaarden en varianties uit te rekenen.
- Economie: Berekeningen van totale kosten, opbrengsten en consumentensurplus kunnen met integratie worden gemodelleerd.
Relatie met sommatie en discrete analogieën
Integratie is vergelijkbaar met sommatie (zoals 1+2+3+...+n). Het verschil is dat bij integralen ook alle tussenliggende reële waarden en fracties worden meegeteld. In het discrete geval zie je vaak uitdrukkingen als
,
terwijl de continue tegenhanger een integraal is die de som over een continu interval neemt.
Verdere begrippen en numerieke methoden
Niet elke functie is Riemann-integreerbaar; er bestaan ook algemenere integralen (zoals Lebesgue-integralen) die meer functies toelaten. Voor functies waarvan geen eenvoudige antiderivaat bestaat gebruikt men numerieke integratiemethoden zoals de trapeziumregel, Simpsonsregel of adaptieve kwadratuur.
Samenvatting
Integralen geven een formele manier om oneindig veel kleine bijdragen op te tellen en worden gebruikt om oppervlakten, volumes, afgelegde afstanden, arbeid, kansen en nog veel meer te berekenen. De calculus verbindt integratie en differentiatie via de Fundamentele Stelling, zodat veel bepaalde integralen berekend kunnen worden met antiderivaten.


