Mesozoïcum was het geologische tijdperk waarin de meeste bekende dinosauriërs leefden en waarin ook de eerste zoogdieren verschenen. Het Mesozoïcum duurde ongeveer 186 miljoen jaar: het begon circa 252,2 miljoen jaar geleden met de P/Tr uitsterving en eindigde 65 miljoen jaar geleden met de K/T-uitsterving (de gebeurtenis die de niet‑vliegende dinosauriërs uitroeide; vogels overleefden als afstammingen van sommige theropode dinosauriërs).

Dinosauriërs verschenen rond 231 miljoen jaar geleden (ongeveer 21 miljoen jaar na het begin van het Mesozoïcum). Zij evolueerden uit reptielen die archosauriërs worden genoemd; moderne vogels en krokodillen behoren tot deze groep. Tijdens het Mesozoïcum ontwikkelden zich vele groepen dinosauriërs (herbivoren zoals sauropoden en ornithopoden, en carnivoren zoals theropoden) en groeiden sommige tot reusachtige afmetingen.

Hoewel zoogdieren al in het Boven‑Trias ontstonden, bleven ze gedurende het grootste deel van het Mesozoïcum relatief klein en vaak nachtactief. Veel vroege zoogdieren leefden in bosrijke omgevingen en verloren grotendeels hun kleurenzicht; moderne zoogdieren hebben doorgaans nog steeds minder kleurenzicht dan veel andere gewervelden. De meeste hebben een verminderde rood‑groen waarneming met twee types kegeltjes, terwijl sommige primaten drie kleursensoren hebben en daardoor trichromatisch zicht vertonen — een voordeel bij het vinden van rijp fruit in bossen.

Het Mesozoïcum is het middelste van de drie tijdperken van het Phanerozoïcum. Vóór het Mesozoïcum lag het Paleozoïcum. De K/T‑uitsterving 65 miljoen jaar geleden markeert ook het begin van het Cenozoïcum, het tijdperk waarin wij nu leven.

Klimaat, geografie en plantenleven

Gedurende vrijwel het gehele Mesozoïcum heerste een warm, vaak vochtig klimaat met relatief hoge CO2‑concentraties en zonder permanente ijskappen aan de polen. In het begin van het Mesozoïcum bestond vrijwel al het landmassa in één supercontinent, Pangea. Dat supercontinent begon in de loop van het Mesozoïcum uiteen te breken, waardoor oceanen werden gevormd en de continenten naar hun huidige posities begonnen te schuiven. Deze plaattektoniek veranderde oceaanstromingen, klimaat en habitats en stimuleerde evolutionaire diversificatie.

De plantenwereld van het Mesozoïcum werd in de vroege perioden gedomineerd door naaktzadigen (zoals coniferen), varens, cycadeeën en ginkgophyten. Pas in het Krijt verschenen en verspreidden bloemplanten (angiospermen) zich sterk; hun opkomst had grote gevolgen voor ecosystemen, bestuivers en voedselketens.

Leven in zee en in de lucht

De zeeën van het Mesozoïcum huisvestten rijke fauna: ammonieten en belemnieten, verschillende groepen vissen, en grote mariene reptielen zoals ichthyosauriërs, plesiosauriërs en later mosasauriërs. In de lucht ontwikkelden zich pterosauriërs — vliegende reptielen met enorme vleugelspannen — en tegen het eind van het Jura verschenen de eerste vogelachtige vormen (bijv. Archaeopteryx), die uit kleine theropode dinosauriërs voortkwamen.

Belangrijke gebeurtenissen en uitstervingen

Het Mesozoïcum begint direct na de P/Tr‑uitsterving, de grootste bekende massale uitsterving, die het leven op aarde volledig herstructureerde. Aan het einde van het Mesozoïcum vond de K/T‑uitsterving plaats (vaak aangeduid als K‑Pg in moderne literatuur). De meest geaccepteerde oorzaken van die laatste uitdunning zijn een grote inslag — het Chicxulub‑impactsignatuur op het huidige Yucatán — gecombineerd met uitbarstingen van de Deccan‑trappen (intense vulkanische activiteit) en daarmee samenhangende klimaatveranderingen. Deze gebeurtenissen leidden tot het uitsterven van alle niet‑aviale dinosauriërs, veel mariene groepen (zoals de ammonieten) en grote veranderingen in terrestrische ecosystemen.

Waarom het Mesozoïcum belangrijk is

Het Mesozoïcum is cruciaal voor het begrijpen van de evolutie van moderne ecosystemen: veel belangrijke diergroepen ontstonden of diversifieerden in deze periode, de basis van hedendaagse terrestrische en mariene voedselketens werd gelegd, en de continentale verspreiding die uiteindelijk het huidige wereldkaartpatroon creëerde, begon. De fossielen uit het Mesozoïcum (botten, eieren, sporen, plantenresten en meer) geven inzicht in gedrag, groei, ecologie en evolutionaire relaties van uitgestorven organismen.

De drie Mesozoïsche perioden

  • Trias (≈ 252–201 miljoen jaar geleden) — herstel van het leven na de P/Tr‑uitsterving; opkomst van vroege dinosauriërs en de eerste zoogdieren; Pangea nog grotendeels intact; vaak droog en seizoensgebonden klimaat in veel gebieden.
  • Jura (≈ 201–145 miljoen jaar geleden) — dinosauriërs domineren op land; gigantische sauropoden en grote theropoden; eerste vogels en verdere diversificatie van mariene reptielen; beginnende scheiding van continenten en hoge zeespiegels.
  • Krijt (≈ 145–65 miljoen jaar geleden) — verdere verspreiding en radiatie van dinosauriërs; opkomst en explosieve diversificatie van angiospermen; uitgebreide mariene biodiversiteit; eindigt met de K/T‑uitsterving die het Mesozoïcum afsluit.

Samengevat was het Mesozoïcum een periode van ingrijpende geologische veranderingen en evolutionaire innovatie: van de opkomst van dinosauriërs en vroege zoogdieren tot de verspreiding van bloemplanten en de uiteindelijk wereldwijde omslag die het leven op aarde grondig hervormde.