Primaten zijn een orde van zoogdieren. Zij omvat alle lemuren, apen en mensapen, inclusief de mens. De meeste primaten (maar niet de mens) leven hoofdzakelijk of geheel in het bos.

Er zijn ongeveer 400 soorten primaten. Alle primaten lijken in veel opzichten op de mens, maar taal is een belangrijk voordeel dat alleen de mens heeft. Andere primaten hebben een patroon van roepen en gebaren, maar geen taal zoals wij die kennen.

Primaten hebben handen met vijf vingers en platte vingernagels (de meeste andere dieren hebben klauwen of hoeven). Alle primaten zijn bedekt met bont (haar), maar bij de mens is het lichaamshaar slechts op twee plaatsen zichtbaar: op het hoofd en rond de geslachtsdelen.

Primaten worden in twee groepen verdeeld: Strepsirrhini en Haplorhini. Haplorrhini omvat grotere apen, zoals buideldieren en mensapen. Strepsirrhini omvat kleinere apen zoals lemuren, lori's, galago's (ook wel bushbaby's genoemd) en de aye-aye.

Primaten zijn een van de weinige zoogdiergroepen die opnieuw een volledig kleurenzicht hebben ontwikkeld. Toch is het kleurenzicht bij vogels beter. Het kleurenzicht van zoogdieren ging verloren tijdens de lange periode dat de dinosauriërs over de aarde heersten, en zoogdieren waren voornamelijk kleine nachtdieren.

Nauw contact tussen mensen en niet-menselijke primaten biedt mogelijkheden om zoönotische ziekten op mensen over te dragen. Virusziekten die op mensen worden overgedragen zijn onder meer herpes, mazelen, ebola, hondsdolheid en hepatitis.