Een majeur (of de toonsoort van A) is een majeurtoonladder met als grondtoon A. De grondtoon heeft drie kruizen.

De relatieve mineur is Fis mineur. De toonsoort A-mineur is de enige toonsoort waar een Napolitaans sextakkoord op {\displaystyle {\hat {2}}} zowel een vlakke als een natuurlijke accidental nodig heeft.

Er zijn niet zoveel symfonieën in A-groot als in D-groot of G-groot, maar wel meer dan in andere scherpe toonsoorten. Beethovens Symfonie nr. 7, Bruckners Symfonie nr. 6 en Mendelssohns Symfonie nr. 4 zijn bijna alle symfonieën in deze toonsoort uit de Romantiek. Mozarts Klarinetconcert en Klarinetkwintet staan beide in A-groot. Mozart gebruikte vaak klarinetten in A-groot.

In kamermuziek wordt A-groot veel gebruikt. Johannes Brahms, César Franck en Gabriel Fauré schreven vioolsonates in A-groot. Peter Cropper zei dat A-groot "de volst klinkende toonsoort voor de viool is", toen hij het had over Beethovens Kreutzer Sonate.

Volgens Christian Friedrich Daniel Schubart is A-groot een toonaard die goed is voor "verklaringen van onschuldige liefde, ... hoop op het terugzien van de geliefde bij het afscheid; jeugdige vrolijkheid en vertrouwen in God".

Wanneer orkestmuziek in A-groot staat, worden de pauken normaal gesproken op A en E een kwint uit elkaar gezet. In de meeste andere toonsoorten staan ze een kwart uit elkaar.