Om de transcriptie te laten plaatsvinden, moet het enzym dat RNA maakt, bekend als RNA-polymerase, zich aan het DNA in de buurt van een gen hechten.
Promotors bevatten specifieke DNA-sequenties die het RNA-polymerase een plaats geven om zich te binden. Ook andere eiwitten helpen daarbij. Sommige kunnen het ook tegenhouden. Het geheel wordt "de regulatie van genexpressie" genoemd.
In bacteriën
De promotor wordt herkend door RNA polymerase en een ander eiwit.
In eukaryoten
Het proces is ingewikkelder. Er zijn minstens zeven verschillende factoren nodig om RNA polymerase II aan de promotor te laten binden.
Promotoren zijn belangrijke onderdelen van het DNA. Ze werken samen met andere regulerende regio's. Samen regelen ze het niveau van transcriptie van een gen. Genen worden dus ingeschakeld wanneer ze nodig zijn, en uitgeschakeld wanneer dat niet het geval is. Als ze aan staan, worden ze naar behoefte verhoogd of verlaagd.